8 oktober viert de wereld Wereld Octopusdag — wezens wier acht tentakels en vermogen om de kleur en textuur van hun huid te veranderen al lang tot de verbeelding spreken. Deze weekdieren verschuilen zich niet alleen voor roofdieren: ze gebruiken gereedschap, lossen problemen op en vertonen gedrag dat onze opvattingen over intelligentie bij ongewervelden doet herzien.
Recentelijke vondsten van Japanse paleontologen hebben aangetoond dat in het late Krijt, ongeveer 100–72 miljoen jaar geleden, werkelijk gigantische octopussen leefden. Aan de hand van de grootte van de kaken van de fossiele soort Nanaimoteuthis haggarti schatten wetenschappers de lichaamslengte op 6,6 tot 18,6 meter. Dergelijke afmetingen doen vermoeden dat de oude koppotigen de top van de voedselketen in de oceanen van die tijd bezetten en qua omvang wedijverden met de grootste hedendaagse inktvissen.
Tegelijkertijd is op de Galapagoseilanden een nieuwe soort beschreven — Microeledone galapagensis, een piepkleine blauwe octopus ter grootte van een golfballetje met korte tentakels. Een expeditie in 2015 heeft hem met behulp van een onderwatertoestel op grote diepte ontdekt, en een recent onderzoek heeft de status van een voor de wetenschap nieuwe soort bevestigd. Vragen over hoe hij met zijn korte ledematen precies voedsel bemachtigt, blijven open.
Bijzondere aandacht trekken de waarnemingen van de voortplanting van de Patagonische octopus Octopus tehuelchus. De vrouwtjes leggen eieren in oesterschelpen en bewaken het legsel onvermoeibaar, waarbij ze gedurende de hele periode voedsel weigeren. Zeldzame opnamen van embryo's met al gevormde ogen bieden een blik op de vroege levensfasen van de soort, waarvan de beschermingsstatus nog niet definitief is vastgesteld, hoewel de vangsten in de regio afnemen.
Deze ontdekkingen — van fossiele kolossen tot hedendaagse dwergen — onderstrepen hoe gevarieerd en weinig bestudeerd de groep van de octopussen is. Elk nieuw feit herinnert eraan dat oceaanecosystemen veel meer geheimen herbergen dan wij kunnen ontsluieren, en dat het behoud van leefgebieden rechtstreeks van invloed is op de mogelijkheid van verdere vondsten.


