In de rotsen van Wyoming, waar ooit de oude Sundance-zee klotste, stuitten paleontologen op een ongewone vondst: fossielen die het vertrouwde beeld van belemnieten — deze uitgestorven zeewezens die op inktvissen lijken — doorbreken.
De meeste bekende belemnieten waren slank en langwerpig en lieten 'kogelvormige' rostra achter. De nieuwe soort Wyoteuthis linsterorum, beschreven aan de hand van twee exemplaren, bleek heel anders: het tonvormige rostrum bereikt ongeveer 10 centimeter in lengte en 6 centimeter in breedte op het dikste punt. Daarmee is het de 'dikste' belemniet van alle soorten die de wetenschap kent.
Met de zachte delen — tentakels en vinnen — bereikte het dier naar alle waarschijnlijkheid ongeveer 60 centimeter in lengte. Het korte en gedrongen lichaam kon helpen bij het handhaven van het drijfvermogen of bij de jacht op diepte, waar snelheid en wendbaarheid belangrijker zijn dan slankheid. Dergelijke aanpassingen stelden Wyoteuthis linsterorum vermoedelijk in staat om snellere prooien in de watermassa van de jurassische oceaan te achtervolgen.
De vondst dateert van ongeveer 160 miljoen jaar geleden. De fossielen werden ontdekt en aan de collectie overgedragen door Cliff Linster, naar wie de soort is vernoemd. Tot nu toe zijn er slechts twee exemplaren bekend, wat wijst op de zeldzaamheid van dit mariene roofdier. In dezelfde lagen komen vaak de gewonere Pachyteuthis voor, maar Wyoteuthis linsterorum steekt daar scherp tussen af.
De ontdekking herinnert eraan hoe onvolledig het beeld van het oude leven blijft. Zelfs in goed bestudeerde formaties worden nog steeds vormen gevonden die de opvattingen over de diversiteit en ecologie van uitgestorven groepen veranderen. In de jurassische zeeën, waar ook grote plesiosauriërs leefden, konden zulke 'dikkertjes' een eigen bijzondere rol spelen in de voedselketens.
Elke dergelijke ontdekking helpt beter te begrijpen hoe de oceanen van de aarde over miljoenen jaren veranderden en welke niches hun bewoners innamen.
