In de donkere wintermaanden van Antarctica, wanneer de zon maandenlang niet verschijnt, leiden keizerspinguïns hun meest kwetsbare leven: ze broeden eieren uit en voeden kuikens op op zee-ijs. Tot voor kort waren deze periodes vrijwel ontoegankelijk voor observatie: gewone satellietbeelden hebben licht nodig en expedities te land zijn in die tijd bijna onmogelijk.
Nu hebben onderzoekers van de Durham University voor het eerst gebruikgemaakt van synthetische apertuurradar (SAR) gegevens van de Sentinel-1 satellieten van het Europees Ruimteagentschap. De radar stuurt microgolfpulsen en registreert hun reflectie, onafhankelijk van zonlicht en bewolking. Op de beelden verschijnen pinguïnkolonies als heldere, bewegende clusters van pixels tegen de achtergrond van glad ijs — zo konden de drie grootste kolonies worden gevolgd van 2017 tot 2024, soms dagelijks.
De waarnemingen toonden aan dat de kolonies in de winter minder mobiel zijn, terwijl de vogels in lente en zomer grotere afstanden afleggen. In Atka Bay bijvoorbeeld verplaatste de kolonie zich in zeven van de acht jaar in het vroege voorjaar van zee-ijs naar een gletsjer, hoewel het zee-ijs stabiel bleef. De redenen voor dit gedrag moeten nog worden onderzocht, maar het is al duidelijk dat eerdere opvattingen over de voorkeuren van de soort moeten worden herzien.
Eerder maakten satellietwaarnemingen in het lichtseizoen het mogelijk tientallen nieuwe kolonies te ontdekken en het begrip van de populatieomvang en verspreiding van de soort radicaal te veranderen. Nu vullen SAR-gegevens het gat van de winterperiode en bieden ze de mogelijkheid om de reactie van pinguïns op veranderingen in het milieu gedurende de hele voortplantingscyclus te volgen.
Sinds 2016 is het Antarctische zee-ijs aanzienlijk afgenomen en lijkt het in een nieuwe, minder stabiele toestand te zijn overgegaan. In 2026 werden keizerspinguïns erkend als bedreigde soort, voornamelijk vanwege voorspellingen van verdere afname van het ijs. De mogelijkheid van jaarrond monitoring met behulp van gratis satellietgegevens wordt bijzonder waardevol voor het beoordelen van bedreigingen en het plannen van beschermingsmaatregelen.
De combinatie van radar- en optische beelden maakt het niet alleen mogelijk om vogels te tellen, maar ook om sporen van hun activiteiten op te merken, zoals guanovlekken. Dit opent de weg naar nauwkeurigere populatieschattingen en tijdige reacties op klimaatveranderingen.
Vrij toegankelijke satellietgegevens bieden nu de kans om beter te begrijpen hoe keizerspinguïns zich aanpassen aan een veranderend Antarctica en helpen bij het nemen van weloverwogen beslissingen voor hun behoud.
