In september 2026 presenteerde het team van het VASCO-project onder leiding van astrofysicus Beatrice Villarroel verschillende belangrijke resultaten die het onderzoek naar ongewone kortstondige flitsen op oude fotografische platenaanzienlijk vooruithelpen. Deze gebeurtenissen, die al vóór de lancering van de eerste kunstmatige satelliet werden vastgelegd, wekken al enkele jaren de belangstelling van onderzoekers, en nieuwe publicaties voegen daar essentiële details aan toe.
Dear everyone, Some new and very exciting news from the VASCO team! First, our machine-learning paper has been accepted for publication following peer review and is now in press. In this paper, we used machine learning to address some of the criticism concerning plate defects and
Allereerst werd bekend dat een artikel waarin methoden van machine learning worden toegepast, de peerreview heeft doorstaan en is geaccepteerd voor publicatie (momenteel in druk). Hierin hebben wetenschappers de steekproef gezuiverd van mogelijke emulsiedefecten. Naarmate de gegevens zuiverder werden, namen de belangrijkste statistische verbanden niet af, maar werden ze juist sterker. Dit geldt zowel voor het tekort aan flitsen in de schaduw van de aarde als voor het verband met de data van kernproeven.
Het tweede resultaat heeft betrekking op het bepalen van de hoogte van de objecten die deze flitsen zouden kunnen veroorzaken. Op 4 september 2026 verscheen op arXiv de preprint 'Modelling Palomar Transients: Constraints from Reflection Geometry and Orbital Altitude' (arXiv:2609.05105). Aan de hand van de geometrie van de aardschaduw en modellering schatten de onderzoekers dat de bronnen zich op een hoogte van ongeveer 20 000 tot 35 786 kilometer boven het aardoppervlak bevinden. De bovengrens komt overeen met een geostationaire baan. De objecten vertonen een duidelijke clustering nabij de evenaar.
Modellering maakte het ook mogelijk om de fysieke eigenschappen te schatten. Afgaande op de aard van de reflectie van het zonlicht gaat het om kleine, vlakke oppervlakken met een hoog reflectievermogen — van enkele centimeters tot ongeveer drie meter. De flitsen duren fracties van een seconde (een karakteristieke tijd van ongeveer 320 milliseconden), en de objecten zelf draaien mogelijk langzaam of veranderen abrupt van oriëntatie. De auteurs overwegen verschillende werkmodellen, zowel natuurlijke als andere, die overeen zouden kunnen komen met de waarnemingen.
De derde onderzoekslijn is geografisch. Op 8 september 2026 verscheen de tweede preprint: 'Earth-Projected Clustering of Historical Optical Transients in the Palomar Observatory Sky Survey-I (POSS-I)' (arXiv:2609.09461). Projecties van de locaties van de pre-Spoetnik-flitsen onthulden opmerkelijke 'hotspots': de regio Sedona (Arizona), White Sands/El Paso, Tampico en enkele andere plaatsen, waaronder de wateren van de Stille Oceaan ten westen van Zuid-Mexico en het zuidelijke deel van de Golf van Mexico. Het verband met kernproeven is ook in deze gegevens zichtbaar: flitsen tijdens proeven in de Stille Oceaan werden vaker op de oceaan geprojecteerd, terwijl die tijdens proeven in Nevada voornamelijk op het zuidwesten van de VS werden geprojecteerd.
Onderzoeker Dennis Åsberg merkte in een commentaar op deze resultaten op dat het beeld niet uiteenvalt naarmate de gegevens worden gezuiverd, maar juist consistenter wordt: hoogte, equatoriale concentratie, spiegelreflecties, geografische clusters en het verband met kernproeven beginnen samen te vloeien tot één geheel. Wat deze flitsen precies veroorzaakte vóór de komst van de eerste satellieten, blijft vooralsnog een open vraag. Maar het wordt steeds moeilijker om de verzamelde patronen te negeren.
Het werk gaat door. Het team benadrukt dat de conclusies vooralsnog voorzichtig zijn en verdere verificatie vereisen, waaronder moderne waarnemingen. Niettemin laten de nieuwe preprints en het voor publicatie geaccepteerde artikel zien dat oude fotografische platen details blijven onthullen die tot voor kort bijna onzichtbaar leken. En hoe zorgvuldiger de onderzoekers de gegevens zuiveren, hoe duidelijker het beeld wordt van wat er ooit aan de nachtelijke hemel flitste, lang voor het begin van het ruimtetijdperk.


