Uitspraak van het Hooggerechtshof van New South Wales in de zaak State of New South Wales v Farhat (2026) heeft voor de nodige ophef gezorgd.
Rechter Desmond Fagan wees het verzoek van de staat om een uitgebreid toezichtsbevel tegen Mohammed Farhat af, nadat hij zijn straf had uitgezeten voor vandalisme en brandstichting in het oosten van Sydney (wijk Woollahra) in november 2024. Farhat richtte voor meer dan 100 duizend Australische dollar schade aan door onder meer de leuzen 'Fuk Israel' en 'PKK coming' op auto's en gebouwen te spuiten, en stak bovendien een auto in brand. Hij werd veroordeeld tot 1 jaar en 8 maanden gevangenisstraf en komt in oktober 2026 vrij.
Kernpunten van de uitspraak:
- De zinsnede 'Fuk Israel' (of 'Fuck Israel') werd gekwalificeerd als een grove politieke uiting van minachting en afwijzing van een vreemde staat, en niet als een antisemitische uitspraak volgens het gangbare begrip van dat concept in de Australische samenleving. De rechter wees er expliciet op dat het Joodse volk niet identiek is aan en niet gelijkstaat aan de Staat Israël.
- De definitie van de IHRA noemde de rechter breedsprakig en onnauwkeurig, losgezongen van de realiteit van het gangbare gebruik van de term 'antisemitisme' in Australië. Volgens zijn inschatting probeert het de term te herdefiniëren door haat tegen Joden als zodanig te combineren met kritiek op Israël. Hij merkte op dat het absurd zou zijn om de 79 % van de Australiërs die (volgens peilingen) afkeurend staan tegenover het beleid van Israël jegens de Palestijnen, als antisemieten te bestempelen.
- Zionisme als ideologie van het joods nationalisme staat open voor politieke discussie en kritiek, waaronder de kwestie van de rechten van de Palestijnen. Het feit dat veel Australische joden het zionisme verbinden met hun identiteit, maakt critici van deze ideologie niet automatisch tot vijanden van joden als zodanig. De rechter benadrukte de diversiteit aan opvattingen binnen de joodse gemeenschap en het feit dat veel joden zelf scherpe kritiek uiten op het beleid van Israël.
- Het Openbaar Ministerie en de lagere rechtbank hebben volgens Fagan ten onrechte politieke vijandigheid jegens Israël verward met antisemitisme. De context (een wijk met een hoog percentage joodse inwoners, het criminele karakter van de daad) verandert niets aan de politieke aard van de leus. De rechter aanvaardde het standpunt van de verdediging dat Farhat was ingehuurd en handelde in opdracht, en niet uit eigen ideologische haat.
De vraag hoe de grens moet worden getrokken tussen legitieme kritiek op beleid en haat tegen mensen blijft inderdaad open en fundamenteel. De rechterlijke uitspraak biedt geen universele formule, maar formuleert wel een werkbaar criterium voor het Australische recht: antisemitisme in zijn gangbare betekenis is vijandigheid jegens joden als joden (vanwege hun jood-zijn). Kritiek op de staat, zijn beleid, de ideologie van het zionisme of het handelen van de regering — zelfs als die grof is, of geuit in de vorm van vandalisme — is dat op zichzelf niet, zolang er geen sprake is van een directe of duidelijke overgang naar vooroordelen tegen joden als etnische of religieuze groep.
In de praktijk vervaagt de grens vaak:
- wanneer kritiek gebruikmaakt van klassieke antisemitische stijlfiguren (wereldcomplot, 'bloedsprookjes', ontmenselijking van joden als collectief subject);
- wanneer deze selectief het recht van joden op zelfbeschikking ontkent, terwijl datzelfde recht wel aan andere volkeren wordt toegekend;
- wanneer de context (plaats, tijd, bijbehorende symbolen, oproepen tot geweld) de politieke uiting tot een instrument van intimidatie van een specifieke gemeenschap maakt.
Rechter Fagan weigerde het begrip antisemitisme uit te breiden tot elke vorm van kritiek op Israël. Dit is een standpunt dat de vrijheid van politieke meningsuiting beschermt, maar tegelijkertijd van de samenleving en instituties nauwkeurigere, in plaats van gemakkelijke, definities vereist. In een klimaat van polarisatie rond het conflict in het Midden-Oosten zijn dergelijke nauwkeurige definities inderdaad van cruciaal belang — zowel voor de bescherming van de joodse gemeenschap tegen werkelijke haat, als voor het behoud van de ruimte voor een open politiek debat.

