Op 22 september 2026 stond António Guterres achter het spreekgestoelte van de Algemene Vergadering van de VN in New York en sprak hij over vier ‘beproevingen van de macht’: oorlog en vrede, ongelijkheid, klimaat en kunstmatige intelligentie. ‘De scheuren zijn tot canyons geworden,’ verklaarde hij, terwijl hij opriep tot regulering van AI, tot beëindiging van conflicten en tot hervorming van de organisatie, wier mechanismen ‘de realiteit van een lang vervlogen tijdperk weerspiegelen’.
De toespraak was de laatste voor de secretaris-generaal, wiens tweede ambtstermijn van vijf jaar afloopt op 31 december. Guterres, voormalig premier van Portugal, bekleedt dit ambt al tien jaar en pleit consequent voor multilaterale oplossingen: van klimaatakkoorden tot de bescherming van mensenrechten. De delegaties begroetten zijn woorden over twee staten voor Israëliërs en Palestijnen, over het feit dat ‘vervuilers moeten betalen’, en over de noodzaak van hervormingen van de Veiligheidsraad met applaus.
In het decennium aan het roer werd Guterres herhaaldelijk geconfronteerd met beperkingen: het veto van de permanente leden van de Veiligheidsraad, bezuinigingen op de financiering door de Verenigde Staten en andere landen, en een groeiend scepticisme ten aanzien van multilateralisme. Zijn publieke imago — dat van een overtuigd voorstander van mondiale samenwerking — komt overeen met zijn gedocumenteerde standpunt: hij eiste consequent een staakt-het-vuren in Oekraïne, Soedan, Gaza en andere brandhaarden, en bevorderde het Global Digital Compact en de dialoog over AI-bestuur.
In deze toespraak zit geen onverwachte wending. Ze bevestigt een consistent patroon: zelfs aan het einde van zijn ambtstermijn gebruikt Guterres het spreekgestoelte niet voor persoonlijke ambities, maar om eraan te herinneren dat ‘beslissingen van levensbelang nooit aan machines mogen worden overgedragen’ en dat ‘moordrobots geen plaats hebben in onze toekomst’. Hij roept de leidende mogendheden op om gegevens over AI-risico's te delen en onafhankelijk toezicht in te stellen — precies waarvoor hij zich eerder heeft ingezet.
De krachten die op hem inwerken zijn duidelijk: de vertrekkende leider wil niet alleen een institutionele erfenis achterlaten, maar ook een moreel standpunt. Hij weet dat de werkelijke macht in de VN beperkt is, maar dat het platform het mogelijk maakt de agenda voor zijn opvolger vast te leggen. Publieke verklaringen en daden lopen niet uiteen: Guterres verandert zijn koers niet onder geopolitieke druk.
Stelt u zich een kapitein voor die op zijn laatste reis toch seinen uitzendt over een storm en een nieuwe koers voorstelt — niet omdat hij hoopt dit schip te redden, maar opdat de volgende bemanning weet waarheen te varen. Zo is het ook hier: de toespraak van Guterres is geen afscheid, maar een overdracht van de estafettestok.
Dit moment toont hoe in een tijdperk van fragmentatie en ‘het recht van de sterkste’ een figuur die van werkelijke macht verstoken is, blijft aandringen op regels en interdependentie. Het herinnert eraan dat institutioneel geheugen en volharding soms belangrijker zijn dan kortstondige overwinningen.
Guterres vertrekt, maar zijn slotoproep blijft: een wereld, gebouwd op wederzijdse afhankelijkheid, is het waard om er tot het einde voor te vechten.
