Tijdens de Mach33-show in Seoul verschenen humanoïde robots op de catwalk. De kosten per optreden overstegen naar verluidt de 120.000 dollar, terwijl de directe verkoopopbrengsten uitbleven. Dit roept onmiddellijk vragen op over het eigenlijke doel van het evenement.
De mode-industrie wordt geconfronteerd met krimpende marges en stijgende productiekosten. Merken zoeken naar manieren om showkosten te verlagen en eerder de aandacht van investeerders dan van kopers te trekken. Mach33 is een schoolvoorbeeld van deze poging: fysieke AI wordt gepositioneerd als de technologie van de toekomst, ondanks het gebrek aan bewijs voor werkelijke kostenbesparingen.
De technologische financiers van de show winnen aan PR-waarde en verzamelen gegevens over de publieksrespons. Designers spelen hierbij slechts een bijrol als decorateurs in plaats van als creatieve auteurs. De commerciële structuur van het evenement suggereert dat marketing zwaarder weegt dan de mode zelf.
Het gepretendeerde narratief over 'innovatie en de fusie tussen mens en techniek' wijkt af van de realiteit: de robots hebben geen functionele rol en kopiëren enkel de motoriek van modellen. Terwijl softwareontwikkelaars en onderdelenleveranciers de winstgevende contracten binnenhalen, draaien de modemerken op voor de kosten van de demonstratie.
De toeschouwer van zo'n show koopt geen kledingstukken, maar de beleving bij de technologische toekomst te horen. Dit stelt merken in staat de aandacht vast te houden van een generatie die immuun is voor traditionele catwalks, maar nog niet klaar is om fysieke bezittingen los te laten.
Feitelijk hebben de robots geen invloed op de productiekosten van de collecties. Ze bewijzen vooral dat kapitaal zoekt naar nieuwe platforms voor technologische presentaties, waarbij de modewereld fungeert als testveld voor AI; de echte waarde van de show zit niet in de kwaliteit van de kleding, maar in de publieksdata en het investeringspotentieel.



