Begin juli 2026 trok het werk van astrofysicus Beatriz Villarroel en haar project VASCO opnieuw de aandacht van de astronomische gemeenschap. Een recente publicatie in Liberation Times gaf een gedetailleerd overzicht van de evolutie van het onderzoek, dat enkele jaren geleden begon met de zoektocht naar verdwijnende en verschijnende objecten op archiefbeelden van de hemel.
Het project VASCO (Vanishing and Appearing Sources during a Century of Observations) stelde zich oorspronkelijk een ambitieus doel: het vergelijken van oude fotografische hemelverkenningen met moderne gegevens om zeldzame astrofysische gebeurtenissen op te sporen, zoals kandidaten voor 'verdwenen' sterren of sporen van buitenaardse beschavingen. Het team analyseerde honderden miljoenen objecten over een periode van ongeveer 70 jaar. In plaats van de verwachte exotische astrofysische fenomenen ontdekten de onderzoekers duizenden kortstondige 'transients' — puntvormige flitsen die op de platen verschenen en binnen enkele minuten of zelfs seconden weer verdwenen.
Bijzondere belangstelling gaat uit naar gebeurtenissen op foto's uit de jaren 40 en 50, ver vóór de lancering van de eerste kunstmatige satelliet, Spoetnik-1, in oktober 1957. Op deze platen zijn gevallen vastgelegd waarbij tijdens één belichting meerdere heldere punten tegelijk verschenen. Een treffend voorbeeld is een reeks van negen flitsen op één plaat binnen een tijdsbestek van ongeveer 50 minuten. Dergelijke gebeurtenissen zijn lastig te verklaren met gangbare astronomische fenomenen: meteoren, asteroïden of veranderlijke sterren leveren niet een dergelijk beeld op.
Kritische geluiden wezen lange tijd op mogelijke defecten in de emulsie van de fotoplaten, zoals stof, chemische vlekken of artefacten uit het ontwikkelproces. Recent onafhankelijk onderzoek heeft deze verklaring echter aanzienlijk gecompliceerder gemaakt. In een preprint van juni 2026 analyseerde gepensioneerd NASA-ingenieur Ivo Busko paren platen uit het archief van de sterrenwacht van Hamburg. Hij concentreerde zich op optische aberratie — coma, een kenmerk van specifieke telescopen. Licht van echte hemellichamen passeert de optiek en laat een specifiek 'spoor' achter met vleugels en een staart, iets wat filmdefecten niet kunnen nabootsen. Busko identificeerde elf van dergelijke transients en bevestigde daarmee dat het om daadwerkelijke beelden van licht uit de ruimte gaat.
Statistische patronen zorgen voor een extra laag mysterie. Flitsen werden vaker geregistreerd tijdens perioden van atmosferische kernproeven (een stijging van de waarschijnlijkheid van ongeveer 45–80%, afhankelijk van de analyse). Bovendien is er een opvallend tekort aan gebeurtenissen in de schaduw van de aarde op geostationaire hoogten — plekken waar zonlicht niet zou kunnen weerkaatsen op hypothetische objecten. Dit effect bereikt volgens één model een significantie van 22 sigma. Onafhankelijke replicaties, waaronder het werk van Brian Dougherty en Kevin Cann, hebben deze correlaties bevestigd.
In een gesprek met kosmoloog Brian Keating benadrukte Beatriz Villarroel dat de objecten, áls ze echt zijn, "er nog steeds zijn". Het team zet het werk voort en onderstreept de noodzaak van verdere controles en nieuwe waarnemingen.
De wetenschappelijke gemeenschap reageert behoedzaam op de bevindingen. Niemand beweert dat het om buitenaardse sondes gaat, maar de gegevens vereisen een grondige bestudering. Nieuwe preprints nemen een deel van de sceptische bezwaren weg, waardoor de discussie naar een hoger niveau wordt getild: van twijfel aan de echtheid van de signalen naar de zoektocht naar hun aard. Toekomstige waarnemingen met moderne instrumenten kunnen uitsluitsel geven over de vraag of deze flitsen zeldzame natuurverschijnselen waren of iets ongebruikelijkers in de nabijheid van de aarde in het midden van de 20e eeuw.
Terwijl astronomen de archieven verder uitpluizen, herinnert de geschiedenis ons eraan dat de hemel nog veel verrassingen herbergt en dat oude fotoplaten soms verhalen vertellen die we nu pas beginnen te begrijpen.

