Tientallen therapieën die zich richten op de biologie van veroudering naderen al klinische proeven bij mensen, maar betrouwbare manieren om snel te begrijpen of ze verouderingsprocessen echt vertragen, ontbraken tot nu toe.
Onderzoekers van de Yale School of Medicine hebben een systematische aanpak voorgesteld: ze testten meer dan honderd epigenetische biomarkers op basis van DNA-methylering in eenen vijftig interventiestudies bij mensen.
De lijst omvatte calorierestrictie, intermitterend vasten, lichaamsbeweging, mediterrane en plantaardige diëten, metformine, semaglutide, rapamycine, anti-TNF-therapieën, bariatrische chirurgie, stoppen met roken en andere benaderingen.
De wetenschappers vroegen niet of een specifieke interventie veroudering vertraagt, maar zochten welke biomarkers consequent biologische veranderingen registreren na uiteenlopende interventies.
Het bleek dat veel verouderingsklokken toekomstige risico's goed voorspellen, maar slechts een klein deel ervan reageert merkbaar op interventies.
Markers die het tempo van veroudering meten of mortaliteit voorspellen, bleken het meest gevoelig; juist zij veranderden het vaakst na interventies.
De resultaten zijn verzameld in het open platform TranslAGE en de interactieve website TranslAGE.io, waar elke onderzoeker de respons van meer dan honderd biomarkers over meer dan vijftig studies kan vergelijken.
Hoofdauteur Raghav Sehgal merkte op dat het veld veel biomarkers en nog meer kandidaat-therapieën heeft verzameld, maar dat er tot nu toe geen strikte basis was om die te selecteren die geschikt zijn als eindpunten voor proeven.
Senior auteur Albert Higgins-Chen voegde toe dat de juiste keuze van een biomarker niet minder belangrijk is dan de keuze van de interventie zelf, en dat de nieuwe kaart zal helpen overbodige tests en verkeerde conclusies te voorkomen.
Het werk is gepubliceerd in Nature Medicine en is gebaseerd op gegevens die onder meer zijn verzameld met steun van het Amerikaanse National Institute on Aging.
Stel je een laboratorium voor waar tientallen verschillende klokken op de plank staan: sommige geven de juiste tijd aan, maar merken niet dat je de wijzers hebt verzet; andere reageren op de kleinste verandering, maar verwarren minuten en uren.
De nieuwe kaart helpt te begrijpen welke van deze 'klokken' daadwerkelijk een verschuiving registreren na een interventie en welke onverschillig blijven.
Dit belooft geen onmiddellijke doorbraak in levensverlenging, maar creëert een instrument zonder welke grote gerowetenschappelijke proeven riskeren versnipperd en moeilijk vergelijkbaar te blijven.
Uiteindelijk krijgt het veld de mogelijkheid om niet-werkende benaderingen sneller te elimineren en zich te concentreren op die welke de biologie van veroudering echt veranderen.

