De maximale levensduur van de mens is de afgelopen decennia niet voorbij de grens van ongeveer 120 jaar gekomen, hoewel de gemiddelde levensverwachting door beter voedsel, schoon water en geneeskunde is verdubbeld.
Het record is in handen van Jeanne Calment, die in 1997 op de leeftijd van 122 jaar overleed; sindsdien heeft niemand die lat hoger gelegd. Om die duurzaam te overschrijden, zou men tegelijkertijd meerdere onderling verbonden verouderingsprocessen op het niveau van cellen, weefsels en organen moeten veranderen.
Bioloog Venki Ramakrishnan, Nobelprijswinnaar, benadrukt het verschil tussen louter levensverlenging en een langere periode van gezonde zelfstandigheid. De evolutie heeft verschillende soorten verschillende verouderingstempo's gegeven: muizen leven ongeveer twee jaar, terwijl Groenlandse haaien en sommige schildpadden eeuwen oud worden. Die verschillen hangen af van de manier waarop een soort middelen verdeelt tussen groei, voortplanting en instandhouding van het lichaam.
Bij grote soorten met een laag risico op predatie levert langdurige instandhouding van het lichaam reproductieve voordelen op. Bij de mens ontstaat veroudering niet als een geprogrammeerd mechanisme, maar als een neveneffect van compromissen: genen die in de jeugd nuttig zijn, brengen later schade toe.
De moderne biologie beschrijft veroudering als de opeenhoping van schade: DNA-mutaties, storingen in de mitochondriën, chronische ontsteking, uitputting van stamcellen en eiwitafbraak. Deze processen zijn nauw met elkaar verweven, waardoor een storing in één schakel al snel de andere aantast.
Caloriebeperking zonder ondervoeding verlengt het leven van wormen, vliegen, knaagdieren en primaten door autofagie te versterken — het proces waarbij cellen zich van beschadigde onderdelen ontdoen. Bij mensen veroorzaakt zo'n regime echter voortdurende honger, koudegevoeligheid en problemen met wondgenezing, en het tientallen jaren volhouden ervan is vrijwel onmogelijk.
Geneesmiddelen zoals rapamycine bootsen een deel van de effecten na, maar onderdrukken tegelijkertijd het immuunsysteem. Senolytica, die verouderende cellen verwijderen, verbeteren de toestand van muizen, maar bij de mens is vooralsnog onduidelijk welke cellen veilig kunnen worden verwijderd en welke het lichaam nog nodig heeft.
De meest ambitieuze benadering is gedeeltelijke cellulaire herprogrammering met behulp van Yamanaka-factoren. In dierproeven verjongt die weefsels, maar volledige activering dreigt tumoren te doen ontstaan, terwijl kortstondige activering bewijs van veiligheid in klinische onderzoeken vereist.
Zolang deze methoden experimenteel blijven, zijn een evenwichtige voeding, regelmatige lichaamsbeweging, voldoende slaap en sociale contacten het betrouwbaarst. Zelfs als de wetenschap de biologische klok kan vertragen, zullen toevalligheden, ziekten en externe risico's de werkelijke levensduur blijven beperken.

