In een onderzoek met 27 langdurige meditatiebeoefenaars (gemiddelde leeftijd 52 jaar, ervaring van 5 tot 46 jaar) en 27 controlepersonen van hetzelfde geslacht en dezelfde leeftijd pasten wetenschappers van UCLA diffusie-tensorbeeldvorming toe. Zij ontdekten meer uitgesproken structurele verbindingen in de hele hersenen bij de mediterenden — van de frontale en temporale kwabben tot de hersenstam en het voorste deel van het corpus callosum.
De verschillen zijn vooral duidelijk in de corticospinale baan, de fasciculus longitudinalis superior en de fasciculus uncinatus. Deze banen zorgen voor een snelle signaaloverdracht tussen de cortex en het ruggenmerg, tussen de voorste en achterste delen van de hemisferen, en tussen het limbisch systeem en de frontale cortex. De normale leeftijdsgebonden afname van de dichtheid van de witte stof bleek bij de beoefenaars aanzienlijk kleiner.
De resultaten zijn gepubliceerd in NeuroImage. De auteurs — Eileen Luders en collega's — merken op dat meditatie niet alleen groei kan stimuleren, maar ook atrofie kan voorkomen, mogelijk via invloed op het immuunsysteem. Het onderzoek maakt het echter niet mogelijk om oorzakelijk verband te onderscheiden van aanleg: mensen met van nature dichtere verbindingen kozen wellicht vaker voor de praktijk en bleven die trouw.
Dergelijke veranderingen betreffen mondiale netwerken, niet afzonderlijke zones. Voor theorieën over bewustzijn betekent dit dat de structurele integriteit van de witte stof de integratie van informatie en de brede verspreiding van signalen kan beïnvloeden. Binnen de theorie van de globale werkruimte zou de versterking van verbindingen het 'ontbranden' en de vertaling van de inhoud van bewustzijn kunnen vergemakkelijken, terwijl binnen de theorie van geïntegreerde informatie Φ zou kunnen toenemen door dichtere causale verbindingen.
Stelt u zich een netwerk van wegen tussen steden voor: als de snelwegen breder, dichter en beter geïsoleerd worden, komen berichten sneller en betrouwbaarder aan, en vertraagt de veroudering van de infrastructuur. Zo is witte stof niet slechts 'bedrading', maar een voorwaarde waarvan afhangt hoe stabiel het bewustzijn zijn samenhang behoudt bij de natuurlijke veroudering van de hersenen.
Het onderzoek blijft op zichzelf staand en controleert niet alle variabelen, dus de conclusies ervan vragen om voorzichtigheid. Toch wijst het op de plasticiteit van structuren die traditioneel als betrekkelijk stabiel werden beschouwd, en het roept de vraag op in hoeverre bewuste ervaring afhangt van een trainbare anatomie, en niet alleen van functionele activiteit.
Dit dwingt tot een herziening van de opvattingen over de onveranderlijkheid van de neurale correlaten van bewustzijn en over de grenzen tussen het biologische substraat en praktijken die dit kunnen wijzigen.


