Op het Europees kampioenschap in Birmingham op 15 augustus 2026 hebben de Spaanse María Pérez en de Italiaanse Sofia Fiorini gelijktijdig hun namen in de geschiedenisboeken geschreven: de eerste vestigde een wereldrecord op de halve marathon snelwandelafstand, de tweede op de marathonafstand. Beiden behaalden overwinningen met tijden die onmiddellijk maatgevend waren voor de nieuwe officiële afstanden.
Pérez, viervoudig wereldkampioene en recordhoudster op de 35 km, finishte in 1:30:06 – 24 seconden sneller dan de World Athletics-standaard. Ze leidde vanaf de eerste meters, liep weg bij de 10-kilometerpunt en had bij de 18-kilometerpunt een voorsprong van meer dan een minuut. Voor haar was dit de tweede Europese gouden medaille, na haar overwinning op de 20 km in 2018 in Berlijn.
Fiorini, de 21-jarige Italiaanse, won de marathon snelwandelen in 3:15:11, waarmee ze haar persoonlijke record met meer dan 10 minuten verbeterde. Ze liep in een duo met de Poolse Katarzyna Zdziebło tot de laatste 9 km, waarna ze versnelde en haar concurrenten ver achter zich liet, met een voorsprong van meer dan vierenhalve minuut op de zilveren medaillewinnares.
De nieuwe afstanden – de halve marathon en de marathon – zijn pas sinds januari 2026 officieel. Voorheen namen snelwandelaars voornamelijk deel aan wedstrijden over 20 en 50 km. De overgang naar langere en voor het publiek meer herkenbare formaten verandert de aard van de discipline: nu zijn niet alleen techniek en jurering belangrijk, maar ook het vermogen om de krachten te verdelen over een afstand die dicht bij de klassieke marathon ligt.
Vergelijk het met hardlopen: waar een sprinter voldoende heeft aan explosieve kracht over 100 meter, heeft een marathonloper een strategie nodig, vergelijkbaar met een schaker die een partij vele zetten vooruit plant. Pérez toonde precies zo’n volwassenheid – ze liep niet zomaar snel, maar controleerde haar tempo en liet haar concurrenten geleidelijk achter zich, als een ervaren tacticus.
Voor Fiorini daarentegen was dit een moment van jeugdige doorbraak. Haar resultaat was 10 minuten beter dan haar zilveren medaille in april op het WK voor teams – een duidelijk voorbeeld van hoe nieuwe omstandigheden kansen bieden aan atleten die zich voorheen niet altijd thuis voelden op kortere of langere afstanden.
Deze records zijn niet slechts cijfers in een uitslag. Ze tonen aan dat snelwandelen, dat vaak in de schaduw stond van andere atletiekdisciplines, een tweede adem krijgt: de nieuwe afstanden brengen het dichter bij het grote publiek en stellen veteranen en jonge sterren in staat om tegelijkertijd de regels van het spel te herschrijven.

