Onder een laag gevallen bladeren in de bossen van Madagaskar schuilt veel meer leven dan algemeen wordt aangenomen. Een internationaal team van wetenschappers heeft zeven nieuwe soorten diamantkikkers van het geslacht Rhombophryne beschreven, en deze ontdekking heeft al invloed gehad op plannen om beschermde gebieden uit te breiden.
Het onderzoek, gepubliceerd in augustus 2026 in het tijdschrift Vertebrate Zoology, was het resultaat van twaalf jaar werk. De wetenschappers combineerden veldexpedities, analyse van museumexemplaren, waaronder honderd jaar oude, DNA-sequencing, onderzoek naar morfologie en baltsroepen. Als gevolg daarvan is het totale aantal bekende soorten van het geslacht gestegen tot 27.
Deze kleine amfibieën brengen het grootste deel van hun leven door onder de grond of tussen bladeren, waardoor ze gemakkelijk over het hoofd worden gezien, zelfs bij zorgvuldig zoeken. De nieuwe soorten verschillen niet alleen genetisch, maar ook in lichaamsvorm, kleur en gedrag: sommige graven holen, andere zijn actief na regen, en weer andere hebben opvallende markeringen op hun dijen.
Het is vooral belangrijk dat gegevens over de verspreiding van de nieuwe soorten al in de praktijk zijn gebruikt. In maart 2026 werden tijdens een werkbijeenkomst over het programma 'Biodiversiteit 30×30' op Madagaskar verschillende soorten, waaronder Rhombophryne quentini, aangevoerd als argument voor het versterken en uitbreiden van beschermde zones.
Daarbij worden 24 van de 27 bekende soorten van het geslacht met uitsterven bedreigd, en twee verkeren waarschijnlijk in een kritieke toestand. De bossen van Madagaskar blijven krimpen, en nauwkeurige kennis over waar deze kikkers precies leven, helpt bij het stellen van prioriteiten in de bescherming.
De ontdekking laat zien hoe onvolledig onze kennis van biodiversiteit nog is, zelfs in goed bestudeerde regio's, en hoe een tijdige beschrijving van soorten direct invloed kan hebben op beslissingen over het behoud van ecosystemen.
