Decennialang ging de neurowetenschap uit van de basisaanname: bewustzijn ontstaat door complexe interacties van neuronen in de hersenen. Echter, in de afgelopen jaren worden dergelijke ideeën steeds actiever besproken, niet alleen in de filosofie van het bewustzijn, maar ook onder een deel van de neurowetenschappers. Sommige onderzoekers, waaronder neurobioloog Christof Koch en cognitief neurowetenschapper Niqko Reggenti, overwegen de mogelijkheid dat bewustzijn niet een product is van hersenactiviteit, maar een fundamentele eigenschap van de werkelijkheid – vergelijkbaar met ruimte, tijd of materie. In een dergelijk wereldbeeld fungeren de hersenen niet als schepper van bewustzijn, maar als een soort filter en organisator van de manifestatie ervan in individuele ervaring.
Een dergelijke visie raakt niet slechts enkele verklarende modellen — het stelt de grondslagen van ons begrip van de menselijke natuur ter discussie. Als bewustzijn onafhankelijk van materie bestaat of een fundamenteel aspect ervan is, dan kan het zoeken naar neurale correlaten van bewustzijn een beschrijving zijn van de mechanismen van de manifestatie ervan, en niet een definitieve verklaring van de oorsprong ervan.
Een van de bekendste moderne concepten is de Integrated Information Theory (IIT), ontwikkeld door neurobioloog Giulio Tononi en actief uitgedragen door Christof Koch. Volgens deze theorie correspondeert bewustzijn met de mate van integratie van de causale structuur van een systeem. Hoe hoger de informatie-integratie binnen een systeem, hoe rijker de subjectieve ervaring. In dit model wordt bewustzijn niet beschouwd als een bijproduct van hersenberekeningen, maar als een fundamentele eigenschap van een bepaalde organisatie van causale interacties.
Een centrale plaats in dergelijke discussies neemt het begrip intentionaliteit in — de gerichtheid van bewustzijn op de wereld. Dit concept gaat terug op de filosofie van Franz Brentano en Edmund Husserl, en kreeg later een eigen ontwikkeling in het werk van filosoof Silo. Volgens deze benadering is bewustzijn nooit passief: het is altijd gericht op iets en neemt actief deel aan de vorming van de betekenis van de ervaren ervaring. Bewustzijn weerspiegelt niet simpelweg de werkelijkheid, maar bouwt voortdurend relaties op tussen mens en wereld via perceptie, aandacht en actie. Juist hierin verschilt deze benadering van materialistische modellen, bijvoorbeeld de global workspace theory, waarin bewustzijn primair wordt beschouwd als het resultaat van de brede verspreiding van informatie tussen verschillende hersensystemen.
Daarbij blijven dergelijke ideeën vooralsnog op het niveau van wetenschappelijke en filosofische hypothesen. Er is nog geen direct experimenteel bewijs dat bewustzijn inderdaad een fundamentele eigenschap van de werkelijkheid is. Critici merken terecht op dat de overgang van observeerbare correlaties tussen hersenactiviteit en subjectieve ervaring naar conclusies over de aard van de werkelijkheid zelf aanzienlijk strengere empirische grondslagen vereist.
Een goede illustratie van deze hypothese is het beeld van een radio-ontvanger. Een radio creëert de muziek niet — het stemt zich slechts af op reeds bestaande elektromagnetische golven, selecteert het gewenste signaal uit vele andere en reproduceert het in hoorbare vorm. Op vergelijkbare wijze kunnen de hersenen bewustzijn niet voortbrengen, maar de manifestatie ervan in de menselijke ervaring lokaliseren en organiseren. Deze metafoor helpt een mogelijke alternatief voor het gebruikelijke materialistische model voor te stellen, hoewel het op zichzelf uiteraard geen bewijs is.
Als een dergelijke hypothese ooit overtuigend experimenteel bevestigd wordt, kunnen de gevolgen aanzienlijk zijn. Men zal de aard van kunstmatige intelligentie opnieuw moeten bekijken: als bewustzijn niet gereduceerd kan worden tot berekeningen, dan kan zelfs het meest geavanceerde computersysteem bewusteloos blijven. Nieuwe inzichten zullen komen voor ethische kwesties met betrekking tot dieren en mogelijk planten. De benadering van onderzoek naar veranderde bewustzijnstoestanden zal veranderen — bij coma, algemene anesthesie, diepe meditatie en andere toestanden, waar de relatie tussen hersenactiviteit en subjectieve ervaring onderwerp blijft van actief onderzoek.
Voorlopig blijven dergelijke opvattingen onderwerp van wetenschappelijke en filosofische discussies. Ze schaffen de verzamelde gegevens van de neurowetenschap niet af, maar bieden een andere interpretatie van hun betekenis. Ongeacht of de hypothese van de fundamentaliteit van bewustzijn ooit bevestigd wordt, toont het feit dat deze serieus wordt besproken aan dat de moderne wetenschap steeds vaker de grenzen van eerdere opvattingen over de aard van de geest overschrijdt en blijft zoeken naar antwoorden op een van de diepste vragen — wat is bewustzijn en welke plaats neemt het in in de structuur van het universum.

