De kunstenaar met een basisinkomen: geen liefdadigheid, maar een investering. Lessen uit Europese landen.

Auteur: Tatyana Hurynovich

De kunstenaar met een basisinkomen: geen liefdadigheid, maar een investering. Lessen uit Europese landen.-1

Aan het begin van juli vorig jaar kreeg de stagnerende Britse economie een krachtige financiële impuls uit twee onverwachte hoeken: heavy metal-pioniers Black Sabbath en de britpop-helden van Oasis. Alleen al het afscheidsconcert van Black Sabbath in Birmingham injecteerde ongeveer 20 miljoen pond in de lokale economie, terwijl het Britse deel van de Oasis-tournee de nationale economie voorzag van een injectie van 1 miljard pond. Wie zou er na deze cijfers nog durven beweren dat rock-'n-roll dood is?

Achter deze triomfale bedragen gaat echter een bittere realiteit schuil voor de gewone makers. De muziekindustrie, die ooit een springplank bood aan talent uit de arbeidersklasse, is tegenwoordig onherkenbaar veranderd. De daling van de verkoop van fysieke dragers in het streamingtijdperk, de sluiting van kleine concertlocaties (in het Verenigd Koninkrijk is de afgelopen 20 jaar een derde hiervan verdwenen) en de dreiging van generatieve AI hebben veel artiesten in het nauw gedreven.

De crisis van de creatieve klasse en het gebrek aan ‘tijd en ruimte’

Volgens gegevens van de liefdadigheidsinstelling Arts Emergency worden kunstenaars uit de arbeidersklasse, mensen met een beperking en etnische minderheden het hardst getroffen. De situatie wordt verergerd door bezuinigingen: zo heeft de stad Birmingham het budget voor kunst zelfs volledig geschrapt.

Het resultaat is ontnuchterend: tegenwoordig kunnen in het Verenigd Koninkrijk vooral welgestelden zich bezighouden met creatieve beroepen. Slechts één op de tien werknemers in de culturele sector is afkomstig uit een arbeidersmilieu.

De Ierse doorbraak: het eerste permanente basisinkomen ooit

Terwijl het Verenigd Koninkrijk de uitgaven beperkt, erkennen andere Europese landen dat kunst geen kostenpost is, maar een investering. Winston Churchill zei in 1953: "Kunst is essentieel voor elk volwaardig nationaal leven. De staat is verplicht dit te ondersteunen." Ierland heeft besloten deze woorden in de praktijk te brengen.

In 2022 lanceerde de Ierse regering een ongekend experiment: een basisinkomen voor kunstenaars. Deelnemers ontvingen 325 euro (283 pond) per week. Dit proefprogramma van 25 miljoen euro bereikte meer dan 2.000 makers. Een vorig jaar gepubliceerd onderzoek liet verbluffende resultaten zien: de regeling leverde de Ierse economie 100 miljoen euro aan sociale en economische voordelen op, waarmee de kosten ruimschoots werden terugverdiend.

Gesterkt door deze cijfers heeft de regering het programma in februari 2026 permanent gemaakt. Het is de eerste keer in de geschiedenis van experimenten met het basisinkomen dat een tijdelijk initiatief wordt omgezet in een regeling voor onbepaalde tijd.

Waar komt het staatsvoordeel vandaan?

Een onafhankelijk onderzoek van Alma Economics, uitgevoerd in opdracht van het Ierse ministerie van Cultuur, laat tot in detail zien hoe die 100 miljoen euro is opgebouwd en waarom dit gunstig is voor de begroting. Zo ziet de logica van deze economie eruit:

1. Fiscale compensatie: hoe de staat een deel van het geld terugverdiende

Oorspronkelijk werd er 105 miljoen euro uitgetrokken voor de betalingen aan 2.000 kunstenaars. De feitelijke netto kosten voor de staat bedroegen echter 72 miljoen euro. Wat is er met die overige 33 miljoen euro gebeurd?

  • Vermindering van de druk op de sociale zekerheid: Voordat zij een basisinkomen ontvingen, waren veel kunstenaars genoodzaakt een werkloosheidsuitkering aan te vragen. Dankzij de stabiele 325 euro per week nam de afhankelijkheid van sociale voorzieningen onder de deelnemers af: gemiddeld ontvingen zij 100 euro minder aan uitkeringen van de staat, en de kans op het ontvangen van een werkloosheidsuitkering (Jobseeker’s) daalde met 38 procentpunten. De overheid hoefde hen niet langer als werklozen te ondersteunen en begon in plaats daarvan de vruchten te plukken van hun werk als actieve professionals.
  • Belastingen en consumptie: Kunstenaars die een basisinkomen ontvingen, hielden dit geld niet voor zichzelf. Ze gaven het uit aan huur, levensmiddelen, materialen en diensten, waardoor ze btw genereerden en lokale bedrijven ondersteunden.

2. Psychologisch welzijn = Besparing op de gezondheidszorg (80 miljoen euro)

Het grootste deel van de berekende voordelen (bijna 80 miljoen euro) vloeide voort uit de verbeterde mentale gezondheid van de deelnemers. De overheid bespaart enorme bedragen op psychiatrische zorg, antidepressiva, ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid.

3. Culturele waarde en publieke betrokkenheid (16,9 miljoen euro)

Nog eens 16,9 miljoen euro werd berekend op basis van de zogenaamde ‘bereidheid tot betalen’ (willingness-to-pay) van de samenleving voor culturele ervaringen. Doordat ze tijd hadden voor creativiteit (in plaats van drie bijbaantjes om te overleven), creëerden de kunstenaars meer tentoonstellingen, voorstellingen en muziek. Dit trok publiek aan. In de cultuureconomie bestaat een multiplicatoreffect: een festival of expositie onderhoudt niet alleen de kunstenaar, maar ook de locatiehouders, geluidstechnici, marketeers, hotels, restaurants en transportbedrijven. Een investering in een kunstenaar zet een kettingreactie van uitgaven in gang in aanverwante sectoren.

4. Groei van het eigen inkomen van kunstenaars

Paradoxaal genoeg gingen kunstenaars meer verdienen doordat ze geld van de staat kregen ‘voor niets’. Onderzoek toonde aan dat het gemiddelde maandinkomen van de deelnemers uit hun professionele (creatieve) werk met meer dan 500 euro steeg, terwijl de inkomsten uit incidentele bijbaantjes met 280 euro daalden. Dit betekent dat makers niet langer werden afgeleid door ongeschoold werk en kwalitatieve intellectuele en culturele producten gingen maken die op de markt kunnen worden verkocht.

Conclusie: de rendementsformule

Minister van Cultuur Patrick O’Donovan vatte het rapport samen met een simpele formule: voor elke euro aan overheidsinvesteringen kreeg de samenleving 1,39 euro terug.

De Noorse en Franse modellen: vrijheid zonder bureaucratie

De Ierse ervaring sluit aan bij de aanpak van andere Europese landen, die allang begrijpen dat het creatieve proces niet in een strak keurslijf kan worden gedwongen.

Noorwegen: In het land geldt het programma statens kunstnerstipend, een gemoderniseerde versie van de traditionele beurzen. Het biedt kunstenaars een maandelijks salaris voor een periode van maximaal vijf jaar. Het cruciale verschil is dat het geld naar de maker zelf gaat en niet gekoppeld is aan een specifiek project. "Dit model erkent dat artistieke ontwikkeling, net als elk ander onderzoek, afhankelijk is van een open zoektocht, een lange horizon en de vrijheid om ideeën te volgen waarvan de uitkomst niet vooraf te voorspellen is," legt Trude Gomnes Ugelstad uit, hoofd van de programmacommissie. Kunstenaar Tobias Pritzel, die grootschalige houten installaties maakt, ontvangt ongeveer 25.600 pond per jaar. "Eerst dacht ik: 'Wie ben ik om dit geld te krijgen?' Maar het gaf me de ruimte om me te ontwikkelen zonder te hoeven pendelen tussen bijbaantjes. Ik hoef geen compromissen meer te sluiten in mijn kunst," vertelt hij.

Frankrijk: Hier werkt het systeem van de intermittents du spectacle, een specifieke werkloosheidsverzekering voor werknemers in de entertainmentsector. Om in rustige periodes een uitkering te ontvangen, moeten artiesten minimaal 507 uur per jaar in de culturele sector werken. De Parijse toneelschrijver Esther Hammeker, wier debuutstuk over de geschiedenis van het Franse cabaret onlangs in de nieuwe culturele wijk La Villette te zien was, maakt gebruik van dit systeem. Door parttime in een lokaal theater te werken, krijgt zij de kans om hele dagen aan haar eigen werk te besteden. "Dit betekent dat ik me geen zorgen hoef te maken over geld of een andere baan hoef te zoeken om te overleven. Ik heb de tijd voor mijn toneelstuk," zegt ze.

Kunst als economisch en sociaal fundament

Critici van het basisinkomen voor kunstenaars wijzen er vaak op dat overheidsgeld harder nodig is voor kwetsbaardere groepen (bijvoorbeeld tegen de achtergrond van de recordhoogte van de dakloosheid in Ierland). Bovendien zijn de programma's niet universeel: in Ierland kregen 2.000 mensen steun, maar het aantal aanmeldingen lag aanzienlijk hoger.

Toch herstellen dergelijke regelingen de rechtvaardige waarde van creativiteit in een tijd waarin kunstwerken zonder vergoeding worden gebruikt om neurale netwerken te trainen. Onderzoek toont eveneens aan dat culturele betrokkenheid de gezondheidscijfers van de bevolking verbetert, wat overheden extra stimulansen geeft om kunstenaars te ondersteunen.

De toekomst van cultuur: lessen voor het Verenigd Koninkrijk

De overheidsfinanciering voor kunst in het Verenigd Koninkrijk daalt gestaag: van 2009 tot 2023 krompen de lokale budgetten voor cultuur in Engeland met 48%, in Wales met 40% en in Schotland met 29%. Tegelijkertijd levert de kunstsector de economie van het land jaarlijks zo’n 10,6 miljard pond op.

11 Weergaven

Bronnen

  • Ireland is now paying artists a basic income. Will the idea catch on?

Heb je een fout of onnauwkeurigheid gevonden?We zullen je opmerkingen zo snel mogelijk in overweging nemen.