Planten in de droge steppen en woestijnen van Xinjiang passen zich niet aan droogte aan volgens een enkel patroon. In plaats van het hele organisme volledig te herstructureren, veranderen ze afzonderlijke 'onderdelen' van hun lichaam — bovengronds en ondergronds — onafhankelijk van elkaar.
Wetenschappers van de Chinese Academie van Wetenschappen bestudeerden honderden grassen op verschillende hoogtes en in verschillende klimaten. Het bleek dat grassen een flexibele, modulaire strategie hanteren. Op de droogste plekken worden de bladeren dikker om water vast te houden en niet uit te drogen in de zon. In droge grond worden de wortels dunner en langer per massa-eenheid. Hierdoor kunnen ze met een minimum aan middelen groeien en tegelijkertijd een maximaal oppervlak bestrijken om vocht op te nemen. Waar iets meer water beschikbaar is, verlengen de planten hun wortels niet, maar maken ze deze sterker vertakt, waardoor ze het maximale uit de beschikbare bodem halen.
Voorheen werd aangenomen dat planten als geheel veranderen — als de bovenkant uitdroogt, verandert het hele wortelstelsel synchroon mee. Maar het onderzoek toonde aan: de bovengrondse en ondergrondse delen werken als onafhankelijke modules. De bladgrootte is verbonden met de sterkte en dikte van de hoofdwortels, terwijl het vermogen om snel water op te nemen afhangt van de dunne zijwortels.
Deze processen worden niet alleen beïnvloed door hitte en het uitblijven van regen, maar ook door lokale 'tussenpersonen': de hoeveelheid organische stof en stikstof in de bodem, evenals de activiteit van bodemmicroben.
Het inzicht dat grassen zich puntsgewijs aanpassen, zal helpen om nauwkeuriger te voorspellen hoe ecosystemen in droge regio's de opwarming van de aarde en de uitbreiding van woestijnen zullen overleven.


