Vroeger werd het succes van een token vaak afgemeten aan zijn positie in de CoinMarketCap-ranglijst — hoe hoger, hoe aantrekkelijker. Tegenwoordig verliest deze benadering echter terrein: investeerders beoordelen projecten steeds vaker op basis van daadwerkelijk gebruik, opbrengsten en het vermogen om waarde te genereren, in plaats van op een arbitraire rangorde.
Volgens leidinggevenden van Bitwise, Wintermute en de Arbitrum Foundation zijn vermogensbeheerders die onlangs toegang kregen tot de cryptomarkt, totaal niet geïnteresseerd in de positie op een klassement. Voor hen is het cruciaal hoeveel gebruikers transactiekosten betalen, hoeveel kapitaal er in het netwerk blijft en hoe duurzaam de economie van het project is.
Een klassiek voorbeeld hiervan is Hyperliquid. De HYPE-token wordt niet gezien als 'gewoon weer een kleinere blockchain', maar wordt beoordeeld op het handelsvolume en de reële economie van het platform. In een jaar tijd is deze token met ongeveer 20% gestegen, een groei die niet voortkomt uit 'hype', maar uit de activiteit van gebruikers.
De korte termijnprijzen worden nog steeds bepaald door perpetual futures: de volumes van derivaten overtreffen spottransacties vele malen, en financiering en liquidaties bepalen de dagelijkse schommelingen. Over een periode van 12 tot 18 maanden verschuift de aandacht echter naar applicaties en 'appchains', waarvan de meetgegevens meer aansluiten bij traditionele fintech- en durfkapitaalmodellen.
Bijzonder gewaardeerd worden indicatoren die moeilijk te manipuleren zijn: opbrengsten uit kosten (fee revenue), het aantal betalende gebruikers en het kapitaal dat daadwerkelijk in het netwerk blijft (inclusief stablecoins en getokeniseerde activa). Het totale aantal adressen of de TVL (Total Value Locked) kan gemakkelijk worden opgeblazen met bonussen en bots, maar duurzame groei van transactiekosten en het behoud van gebruikers is daarentegen een serieus signaal.
Institutionele stromen bevestigen deze trend: in de eerste helft van 2026 is het aandeel institutionele tegenpartijen in OTC-transacties van Wintermute gestegen van 59% naar 72%. Geld stroomt niet willekeurig overal heen, maar naar een beperkte lijst van tokens met een duidelijke economie en naar nieuwe categorieën – voornamelijk getokeniseerde reële activa.
Bitcoin blijft een macro-actief, gekoppeld aan de vraag naar een alternatief voor fiatgeld. De overige cryptoactiva zullen een strenge controle op fundamentele duurzaamheid ondergaan. Uiteindelijk zullen alleen de projecten op de markt overleven die daadwerkelijk waarde creëren, en niet slechts hoog scoren in ranglijsten.


