Websites die met Claude Design zijn gemaakt, lijken steeds vaker op elkaar: ze kenmerken zich door crème- en beigetinten, roestoranje accenten en grote schreefletters met cursieve tekst en ruime spatiëring. Deze esthetiek is inmiddels een herkenbaar cliché geworden, vergelijkbaar met de taaleigenheden van AI, zoals het overmatige gebruik van gedachtestreepjes of de constructie "niet X, maar Y".
De paradox is dat hulpmiddelen die bedoeld zijn om creativiteit te versnellen, juist een middelmatige smaak reproduceren. Omdat modellen getraind worden op enorme hoeveelheden bestaande websites, kiezen ze voor de 'veilige' optie die de meeste gebruikers aanspreekt. Zonder actief weerwerk van de ontwerper vervalt het resultaat onvermijdelijk tot de kleinste gemene deler.
Dit is een voortzetting van een trend die al in het tijdperk van algoritmes begon. Net als bij aanbevelingen op sociale media, waar content werd afgestemd op een maximaal bereik, genereert AI nu in een oogwenk en op industriële schaal eenheidsworst. Beige kleurenpaletten en ronde kaarten met een neon-gloed duiken overal op het internet op, van portfolio's en landingspagina's tot dashboards.
Ontwerpers merken dat zelfs degenen die voorheen van warme tinten en retrolettertypes hielden, hier nu instinctief afstand van nemen. Iets wat op zichzelf prettig had kunnen zijn, verandert door de constante herhaling in een cliché. De gebruiker voelt direct dat hij niet te maken heeft met een individuele oplossing, maar met een sjabloon dat door een model is uitgespuwd.
Een simpele analogie: het is alsof alle koks ter wereld alleen nog maar koken volgens het populairste recept op internet. Het gerecht is veilig en eetbaar, maar verliest elke vorm van eigenheid. In webdesign betekent dit dat originaliteit bewuste inspanning vereist en dat het model voortdurend buiten de kaders van het gemiddelde geduwd moet worden.
De vraag is niet of deze esthetiek volledig vermeden kan worden, maar waar deze precies acceptabel is. Voor een standaard portfolio of een zakelijke website is het wellicht prima. Voor projecten waarbij uniciteit en culturele context essentieel zijn, is dat niet het geval. Een toeschouwer met oog voor design herkent direct het 'machinale' spoor en verliest zijn vertrouwen.
Uiteindelijk roept de verspreiding van deze homogeniteit de vraag op wat de prijs van gemak is: in hoeverre zijn we bereid de diversiteit van onze visuele cultuur op te offeren voor de snelheid waarmee we interfaces bouwen?


