In een voorlopige conclusie heeft de Europese Commissie gesteld dat het ontwerp van Instagram en Facebook de wet inzake digitale diensten schendt: functies zoals oneindig scrollen, automatisch afspelende video's en gepersonaliseerde aanbevelingen houden gebruikers in een 'automatische piloot', wat hun fysieke en mentale gezondheid in gevaar brengt, met name die van jongeren.
Dit gaat niet enkel over technische functionaliteiten, maar om de bewuste keuzes van Meta's ontwerpers en productteams die interfaces decennialang hebben geoptimaliseerd om de schermtijd te maximaliseren. De commerciële logica is hierbij zonneklaar: hoe langer iemand blijft scrollen, hoe meer advertenties er getoond worden en hoe hoger de inkomsten van het platform uitvallen.
De EU eist nu dat het bedrijf zaken als autoplay en de oneindige feed standaard uitschakelt, verplichte pauzes invoert en rekening houdt met gegevens over het nachtelijke gebruik door jongeren. Meta houdt daarentegen vol dat het met de introductie van speciale 'tieneraccounts' al beperkingen heeft opgelegd en verklaart het niet eens te zijn met de bevindingen van de toezichthouder.
Achter deze kwestie schuilt een fundamenteel conflict: design dat gericht is op het vasthouden van de aandacht, botst onvermijdelijk met de cognitieve grenzen van de mens. Stel je iemand voor die 'even snel' zijn berichten wil checken en een uur later nog steeds door Reels bladert — exact dit scenario vormt de kern van de beschuldigingen.
Voor Meta is dit al de tweede overtreding van de Digital Services Act in 2026, nadat het bedrijf in april werd beschuldigd van onvoldoende bescherming voor kinderen onder de 13 jaar. Hoewel de boete kan oplopen tot 6% van de jaaromzet, is het signaal belangrijker dan de cijfers: het tijdperk waarin ontwerpers ongestraft psychologische triggers konden exploiteren, loopt ten einde.
Het besluit van de EU toont aan dat digitaal ontwerp niet langer een interne zaak van techbedrijven is. Het wordt een kwestie van publieke regulering, waarbij esthetiek en gebruiksvriendelijkheid niet langer alleen worden beoordeeld op basis van engagement-cijfers, maar op hun werkelijke impact op het welzijn van mensen.



