In de nacht van 7 op 8 april, toen de deadline van het ultimatum van de Amerikaanse president Donald Trump naderde, deed een Pakistaanse veldmaarschalk iets wat onmogelijk leek. Asim Munir, commandant van de Pakistaanse strijdkrachten, bracht de hele nacht door aan de telefoon, waarbij hij beide partijen – Washington en Teheran – overtuigde om terug te stappen van de rand van de afgrond. Urenlange onderhandelingen, persoonlijke diplomatieke vaardigheden en de strategische invloed van Islamabad leidden tot een eerste staakt-het-vuren tussen de VS en Iran na weken van gespannen confrontatie.
Het resultaat was indrukwekkend: op 8 april kondigden beide partijen een wapenstilstand van twee weken aan. Washington en Teheran bedankten Munir en de Pakistaanse premier Shehbaz Sharif vrijwel onmiddellijk. Enkele dagen later reisden hooggeplaatste Amerikaanse vertegenwoordigers naar Islamabad – speciaal gezant Steve Witkoff en andere naaste adviseurs van de president – voor directe onderhandelingen met de Iraanse leiding. Dit waren de hoogste directe contacten tussen de landen sinds het verbreken van de diplomatieke betrekkingen in 1979.
Op het eerste gezicht lijkt de rol van Pakistan paradoxaal. Volgens alle traditionele maatstaven van geopolitieke invloed – de status van grootmacht, economische kracht, een liberaal bestuursmodel – past Pakistan niet in het plaatje. Toch heeft het land gedaan wat noch China met zijn diplomatieke ervaring, noch Frankrijk, Duitsland, of zelfs India of het Verenigd Koninkrijk, konden bereiken. Pakistan bleek de ideale bemiddelaar op een plek waar traditionele wereldspelers gebonden waren door hun eigen allianties en tegenstrijdigheden.
Dit succes weerspiegelt een diepere en verontrustende verschuiving in de wereldpolitiek. In een multipolaire competitie, waarin oude instituten aan invloed verliezen, beginnen buitenissige staten – Pakistan, Qatar, Turkije en andere – het groeiende vacuüm op te vullen. Ze treden op waar de VN en traditionele internationale structuren niet kunnen of willen optreden. Ze bouwen vertrouwen op tussen tegenstanders, openen geheime kanalen en creëren ruimte voor compromis.
De voorbeelden zijn talrijk en veelzeggend. Qatar, als gastheer van het politieke kantoor van Hamas en tegelijkertijd de belangrijkste Amerikaanse partner in het Midden-Oosten (met de grootste Amerikaanse militaire basis op zijn grondgebied), speelde een sleutelrol in de onderhandelingen over een wapenstilstand en de uitwisseling van gijzelaars tussen Hamas en Israël.
Egypte, dat de Rafah-grensovergang controleert, gebruikte deze positie om invloed uit te oefenen op het conflict in Gaza. Turkije, met zijn banden in Washington, Moskou en onder Palestijnse bewegingen, werd een onmisbare bemiddelaar in onderhandelingen over graan en veiligheid. Saoedi-Arabië en Oman hielpen bij het stoppen van Houthi-aanvallen in de Rode Zee, waarbij de belangen van regionale stabiliteit werden bevorderd.
Pakistan beschikt over een unieke combinatie van voordelen: strategische banden met China en Saoedi-Arabië, historische en religieuze banden met Iran, en – na het conflict met India in mei 2025, dat eindigde met bemiddeling van Trump – herstelde betrekkingen met de VS. Deze geometrie stelde het in staat op te treden waar anderen niet konden of durfden.
Voor Washington werd het duidelijk: in de nieuwe wereldorde kan men niet alleen vertrouwen op traditionele bondgenoten. De VS moesten erkennen dat staten die niet in de gebruikelijke categorieën van vriend of vijand passen, nuttiger kunnen zijn dan blokallianties. Een portefeuille van relaties met dergelijke bemiddelaars wordt geen luxe van de diplomatie, maar een noodzaak voor overleving.
Dit stelt de Amerikaanse politiek voor een nieuwe uitdaging: hoe flexibiliteit te behouden in samenwerking met staten die westerse waarden niet delen, maar wel reële crises oplossen? Het antwoord lijkt te zijn dat Washington geen keuze heeft. In de komende jaren kunnen dure militaire avonturen een luxe blijken die de VS zich simpelweg niet kan veroorloven. Het vermogen om via bemiddelaars tot compromissen te komen, is geen alternatief voor macht, maar een aanvulling daarop, ontworpen voor een tijdperk van instabiliteit, waarin conflicten elkaar in een spiraal opvolgen en de wereld nieuwe architecten vereist.

