61e Biënnale van Venetië «In Minor Keys»: een nieuwe zintuiglijke ervaring — luisteren, voelen en diepgang ontdekken

Auteur: Irina Davgaleva

Venice Biennale 2026

Om de twee jaar verandert Venetië in de grootste tentoonstelling van hedendaagse kunst ter wereld. Op 9 mei 2026 opende in de Giardini en de uitgestrekte Arsenale de 61e Internationale Kunsttentoonstelling«In Minor Keys» («In mineurtoonsoorten»). Achter deze titel schuilt geen melancholie, maar een bijzondere gelaagdheid: in de muziek dient een mineurtoonsoort immers niet als synoniem voor verdriet, maar als een ruimte voor een complexe, meerlagige en levendige ervaring. De tentoonstelling is samengesteld door Koyo Kouoh, de oprichtster van het culturele centrum RAW Material Company en voormalig artistiek directeur en hoofdconservator van het Zeitz MOCAA. Het concept van Koyo Kouoh, geformuleerd in «In Minor Keys», vond veel weerklank binnen de kunstwereld. Het idee om de biënnale in te richten als een ruimte vol «mineurtoonsoorten» — waar zachte stemmen en subtiele emotionele toestanden worden gewaardeerd — werd gezien als een gedurfde stap naar een nieuwe curatoriële taal.

Venetiaanse Kunstbiënnale 2026: in mineur-toonaarden / Giardini

Het idee: jazz als basis voor het curatorschap

«In Minor Keys» ontleent haar naam aan de muziek, en dat is meer dan een fraaie metafoor.

Jazz is onvoorspelbaar. Het genre drijft op improvisatie, stiltes en de dialoog tussen muzikanten, en precies dit principe vormde de basis voor de selectie van de 110 deelnemende kunstenaars. De selectie is niet gebaseerd op chronologie, genre of geografie, maar op «resonanties, gelijkenissen en mogelijke raakvlakken tussen praktijken, zelfs wanneer deze ver van elkaar af lijken te staan», aldus het officiële persbericht van de biënnale.

De tentoonstelling is niet opgedeeld in thematische secties. In plaats daarvan zijn er «onderstromen» die van het ene werk naar het andere vloeien, met thema's als Altaren, Processies, Betovering, Geestelijke en fysieke rust, artistieke «eilanden» en Scholen — een term die Kouohs overtuiging weerspiegelt dat kunstenaars hun eigen instituten en gemeenschappen creëren.

«Kunstenaars zijn de kanalen naar en tussen de mineurtoonsoorten,» schreef ze in haar curatoriële tekst. «Naar hen luisteren, in plaats van voor hen te spreken, vormt de kern van dit concept.»

De architecturale vertaling van deze muzikale logica werd verzorgd door het bureau Wolff Architects uit Kaapstad. Hun oplossing is even eenvoudig als doeltreffend: vanaf de plafonds van het Centraal Paviljoen en de Arsenale hangen brede, indigoblauwe doeken die de overgangen tussen de verschillende zones markeren. Ze verdelen de ruimte niet rigide, maar moduleren het tempo en de sfeer, terwijl de autonomie van elke kunstenaar behouden blijft. Indigo staat symbool voor de nachtelijke hemel, voor diepgang en tegelijkertijd voor Afrika — een kleur die Kouoh haar hele leven met zich heeft meegedragen.

«Mineurtoonsoorten zijn exotische reizen die een beroep doen op het zintuiglijke: ze nodigen de toeschouwer uit om zich te verwonderen, te mediteren, te dromen, te juichen, na te denken en deel uit te maken van een gemeenschap,» aldus Gabe Beckhurst‑Feijoo, adviseur van de curator.

De schaal: cijfers die voor zich spreken

  • 110 kunstenaars en collectieven — merendeels afkomstig uit het Mondiale Zuiden: Afrika, de Caraïben, Latijns-Amerika en Azië.
  • 100 nationale paviljoens — deels gevestigd in de Giardini en de Arsenale, deels verspreid over diverse locaties in de stad Venetië.
  • 7 nieuwe deelnemende landen: Guinee, Equatoriaal-Guinee, Nauru, Qatar, Sierra Leone, Somalië en Vietnam openen voor het eerst hun eigen paviljoens tijdens de biënnale.
  • El Salvador — wordt apart vermeld als land dat voor de eerste keer deelneemt met een eigen nationaal paviljoen.
  • 31 parallelle evenementen — vinden plaats in het kader van de biënnale op diverse locaties in Venetië (kerken, palazzo's en openbare ruimtes).
  • 9 mei – 22 november 2026 — een totale duur van 198 dagen (inclusief). De prijsuitreiking vindt plaats op 22 november 2026.

Dit is op zichzelf al een mijlpaal: de kaart van de hedendaagse kunst breidt zich uit in de richting die volgens Kouoh essentieel is.

De kunstenaars: wie en waarom

Kouoh selecteerde de kunstenaars op basis van één principe: hun werk moet «voeden, ondersteunen en herverbinden», waarbij de zintuiglijke, emotionele en subjectieve dimensie van ervaring centraal staat. Dit zijn enkele sleutelfiguren uit de hoofdtentoonstelling:

  • Nick Cave (VS, Chicago): «Amalgam (Origin)» (2025) — een monumentale wachter in de Arsenale. Een sculptuur waarin weerstand een vreugdevolle, bijna feestelijke uitdrukking vindt.
  • Wangechi Mutu (Kenia/VS): «SimbiSiren» (2026) — een bronzen sculptuur die beelden van de zeemeermin, de sfinks, de geest van de Congo en een boomwortel verenigt. Een hybride vorm als symbool voor heelheid.
  • Laurie Anderson (VS): een grootschalige installatie die fungeert als een van de drie belangrijkste ankerpunten van de tentoonstelling. Stem, geluid en ruimte vormen hier één kunstwerk.
  • Kader Attia (Frankrijk/Duitsland): onderzoekt het concept «reparatie» — het idee van heling en herstel als zowel een artistieke als een politieke praktijk.
  • Torkwase Dyson (VS, New York): architectuur, water en de vrijheid van het lichaam — haar praktijk onderzoekt ruimte als een politieke dimensie.
  • Alfredo Jaar (Chili/Portugal): werkt sinds 1979 met beelden en rechtvaardigheid. Een veteraan van de biënnale — van het Chili onder Pinochet tot de wereld van vandaag.
  • Mama Magdalena Campos-Pons (Cuba/VS): schilderkunst, glas en keramiek — haar werken onderzoeken herinnering, schoonheid en de verbinding tussen generaties.
  • Otobong Nkanga (Nigeria/België): planten, aarde en de band tussen lichaam en landschap — haar werk groeit letterlijk door de gehele tentoonstelling heen.

Nationale paviljoens: nieuwe stemmen en historische debuten

De nationale paviljoens opereren onafhankelijk van de hoofdtentoonstelling en kiezen hun eigen kunstenaars. In 2026 vormen zij samen een bijzonder sprekend geheel, vooral omdat diverse landen resoluut hebben gekozen voor vernieuwing:

  • Groot-Brittannië presenteert Lubaina Himid — winnares van de Turner Prize in 2017 en de tweede zwarte kunstenaar in de geschiedenis van het Britse paviljoen. Haar werk onderzoekt de koloniale geschiedenis en stemmen die te lang ongehoord bleven.
  • Frankrijk toont voor het eerst in het nationale paviljoen werk van Yto Barrada — een kunstenaar wier praktijk draait om herinnering, jeugd en de publieke ruimte.
  • De Verenigde Staten worden vertegenwoordigd door beeldhouwer Alma Allen — een debuut waar de gehele kunstwereld met belangstelling naar uitkijkt.
  • Het paviljoen van het Vaticaan wordt gecureerd door Hans Ulrich Obrist en Ben Vickers, met een bijdrage van Patti Smith.
  • Denemarken heeft gekozen voor Maja Malou Lyse — de jongste vertegenwoordiger in de geschiedenis van het Deense paviljoen.

Zeven nieuwe deelnemende landen — Guinee, Equatoriaal-Guinee, Nauru, Qatar, Sierra Leone, Somalië en Vietnam — openen voor de eerste keer hun eigen paviljoens. Speciale aandacht gaat uit naar El Salvador, dat eveneens debuteert met een eigen paviljoen. Dit is niet louter een geografische uitbreiding, maar een verandering in de taal die de biënnale spreekt met de rest van de wereld.

Het levende hart van de expositie: de Processie van de Dichters en de tuin als manifest

Een van de meest aangrijpende onderdelen van het programma is de «Processie van de Dichters» in de Giardini. In 1999 reisde Kouoh samen met negen Afrikaanse dichters van Dakar naar Timboektoe — deze «Poëtische Trein» bleef een van de meest vormende ervaringen in haar leven. In Venetië wordt dit herbeleefd als een levende optocht: dichters wandelen door de tuinen terwijl hun stemmen door de tentoonstellingsruimte klinken. Het is een directe verwijzing naar de geschiedenis en tegelijkertijd een uiting van de overtuiging dat poëzie de grenzen tussen tijdperken en culturen kan overstijgen.

Het tweede centrale beeld van de gehele tentoonstelling is de tuin. Kouoh beschouwt de tuin niet alleen als een plek van leven en schoonheid, maar ook als een ruimte van verzet en behoud: historisch gezien bewaarden mensen in tuinen hun kennis, zaden en identiteit. Planten groeien letterlijk door de expositie heen — in de sculpturen van Mutu, de installaties van Nkanga en de architecturale keuzes van de paviljoens. De levende natuur fungeert hier als wezenlijk onderdeel van de kunst, niet als decoratie.

«De muziek gaat door. De liederen van hen die schoonheid creëren tegen de klippen op. De melodieën van hen die herrijzen uit het puin. De harmonieën van hen die wonden en werelden helen,» aldus een fragment uit de curatoriële tekst van «In Minor Keys».

Waarom deze biënnale juist nu van belang is

De Biënnale van Venetië bestaat al sinds 1895. Gedurende die tijd heeft ze tijdperken, politieke breuklijnen en artistieke revoluties weerspiegeld. «In Minor Keys» zet in op iets anders: het besef dat het stille en intieme even betekenisvol is als het luide en monumentale. In een wereld die oververzadigd is met informatie en snelheid, biedt deze tentoonstelling de kans om te vertragen en af te stemmen op een andere frequentie.

Kouohs concept — de verschuiving van declaratieve uitspraken naar zintuiglijke waarneming — heeft de ervaring van de bezoekers grotendeels bepaald. Zoals benadrukt in de tekst van «In Minor Keys»: «De muziek gaat door. De liederen van hen die schoonheid creëren ondanks de omstandigheden. De melodieën van hen die herstellen vanuit de ruïnes. De harmonieën van hen die de wonden en de wereld helen.» De biënnale wil niet uitleggen, maar voeden. Dat is een zeldzame en integere ambitie voor een evenement van deze omvang.

28 Weergaven

Bronnen

  • La Biennale di Venezia — официальная страница 61-й выставки:

  • Кураторский текст Койо Куо (полный):

  • Artsy — объяснение биеннале 2026, национальные павильоны:

Heb je een fout of onnauwkeurigheid gevonden?We zullen je opmerkingen zo snel mogelijk in overweging nemen.