De Europese Unie moet de ontwikkeling van hernieuwbare energie versnellen als ze streeft naar werkelijk energie-soevereiniteit. Tot deze conclusie kwamen experts van het Institute for Energy Economics and Financial Analysis (IEEFA) in hun recente rapport, dat gericht is op het vergelijken van de efficiëntie van groene energie en de import van vloeibaar aardgas (LNG).
Een reeds werkend substitutiemechanisme
Volgens de onderzoeksgegevens is de uitbreiding van de capaciteit van wind- en zonne-energiecentrales, evenals de brede implementatie van warmtepompen, vandaag de dag al de meest effectieve langetermijnoplossing om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen. Alleen al in 2024 hebben deze technologieën 8,8 miljard kubieke meter LNG verdrongen. Ter vergelijking: dit volume is equivalent aan tweederde van al het vloeibare gas dat de Europese Unie in dezelfde periode van Qatar heeft ingekocht.
Perspectieven tot 2030
Analisten van IEEFA benadrukken dat ambitieuze, maar haalbare doelen kunnen leiden tot een radicale vermindering van de vraag naar gas. Volgens schattingen van experts, als de EU de komende vijf jaar jaarlijks ten minste 4 miljoen warmtepompen zal installeren, en daarnaast 75 GW aan zonne-energie en 22 GW aan windenergiecapaciteit zal toevoegen, zal de vraag naar gas in het blok tegen 2030 met ongeveer 25% dalen. Dit zal een besparing opleveren aan LNG die tweemaal zo groot is als de potentiële toekomstige import uit Qatar.
Val van nieuwe afhankelijkheid
Het rapport merkt een belangrijk paradox op in het huidige Europese energiebeleid. Na het begin van de Russische invasie van Oekraïne heeft de EU er inderdaad in geslaagd haar afhankelijkheid van Russisch pijpleidinggas drastisch te verminderen. Deze kwetsbaarheid is echter vervangen door een andere: het blok heeft de import van LNG kritisch verhoogd, voornamelijk gericht op leveranciers uit de VS en Qatar.
De import van LNG in de Europese Unie is met 84% gestegen tussen 2021 en 2025. Deze strategie maakt Europa kwetsbaar voor geopolitieke schokken in andere regio's van de wereld. Als voorbeelden in het onderzoek worden recente beschadigingen aan exportfaciliteiten in Qatar en de groeiende spanningen in de Straat van Hormuz genoemd, waar een aanzienlijk deel van de wereldwijde energievoorziening doorheen loopt.
Risico op het wisselen van de ene leverancier voor de andere
De auteurs van het rapport waarschuwen: door te proberen de afhankelijkheid van volatiele fossielebrandstofmarkten zo snel mogelijk te doorbreken, loopt Europa het risico in een nieuwe val te trappen. De versnelde overgang naar groene technologieën vereist een enorme hoeveelheid apparatuur, waarvan de productie tegenwoordig grotendeels geconcentreerd is in China. Zonder de ontwikkeling van eigen productiecapaciteiten en diversificatie van de levering van kritieke componenten, kan de EU de afhankelijkheid van gasmonopolies inruilen voor afhankelijkheid van Chinese fabrikanten en de bijbehorende logistieke netwerken.
Conclusie
Het IEEFA-rapport dient als een duidelijk signaal voor Europese beleidsmakers: kortetermijnoplossingen in de vorm van het vervangen van het ene type geïmporteerde brandstof door het andere bieden geen langetermijnzekerheid. Ware energie-soevereiniteit is alleen mogelijk onder voorwaarde van grootschalige en systematische investeringen in de eigen hernieuwbare energie, vergezeld van een goed doordachte strategie om de afhankelijkheid van buitenlandse toeleveringsketens voor groene technologieën te verminderen.



