China loopt voor op de VS en de EU wat betreft vertrouwen in AI-regulering in landen met een middeninkomen

Bewerkt door: Svitlana Velhush

Volgens een enquête van Pew Research Center, uitgevoerd in februari-mei 2026 onder 13 696 volwassenen in 12 landen, bedroeg de mediane waarde van het vertrouwen in China op het gebied van effectieve regulering van kunstmatige intelligentie 43 %. Voor de VS is dit cijfer 35 %, en voor de Europese Unie 34 %.

De enquête bestreek voornamelijk landen met een middeninkomen volgens de classificatie van de Wereldbank: Bangladesh, Maleisië, Pakistan, Sri Lanka, de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem, Singapore, Chili, Thailand, Ghana, Peru, Colombia en de Filipijnen. In vijf daarvan — Bangladesh, Maleisië, Pakistan, Sri Lanka en op de Westelijke Jordaanoever — geniet China het grootste vertrouwen.

Het verband tussen de algemene houding tegenover een land en het vertrouwen in zijn vermogen om AI te reguleren is duidelijk zichtbaar. In landen met een middeninkomen zijn de opvattingen over China over het algemeen positiever dan in landen met een hoog inkomen, wat rechtstreeks correleert met de bereidheid om Peking het toezicht op technologie toe te vertrouwen.

Anders dan bij de enquête van 2025, waarin in 25 landen de Europese Unie vooropliep, tonen de huidige gegevens een verschuiving in voorkeuren juist in staten met een middeninkomen. Daar is het vertrouwen in de eigen regeringen vaak groter dan in externe spelers, maar onder de internationale opties komt China naar voren.

De methodologie van Pew benadrukt dat vertrouwen werd gemeten met de vraag naar het vermogen om 'kunstmatige intelligentie effectief te reguleren'. De antwoorden 'vertrouw enigszins' en 'vertrouw volledig' werden opgeteld. De steekproef is representatief voor de volwassen bevolking van elk land, maar omvat niet de VS zelf, China of de EU-landen.

Ter vergelijking: in eerdere onderzoeken van Pew uit 2025 bedroeg het mediane vertrouwen in de EU 53 %, in de VS 37 %, en in China slechts 27 %. De overgang naar overwegend middeninkomenslanden veranderde het beeld, wat de verschillen in geopolitieke prioriteiten en de perceptie van China weerspiegelt.

Deze verdeling van vertrouwen heeft directe gevolgen voor het mondiale AI-bestuur. Landen waar China meer vertrouwen geniet, kunnen neigen naar deelname aan initiatieven van Peking op het gebied van normen, zoals ethische kaders of mechanismen voor gegevensuitwisseling, in plaats van naar westerse benaderingen.

De vraag blijft open hoe deze voorkeuren precies van invloed zullen zijn op toekomstige internationale overeenkomsten. Onafhankelijke verificatie via herhaalde enquêtes en analyse van concrete reguleringsvoorstellen ontbreekt vooralsnog.

Uiteindelijk tonen de gegevens van Pew aan dat China in landen met een middeninkomen wordt gezien als een betrouwbaardere partner bij de regulering van AI dan de VS of de EU, en deze perceptie hangt nauw samen met de algemene houding tegenover het land.

23 Weergaven

Bronnen

  • China edges US, EU on AI regulation trust in middle-income countries: Pew survey

Reacties

Lees meer artikelen over dit onderwerp:

Heb je een fout of onnauwkeurigheid gevonden?We zullen je opmerkingen zo snel mogelijk in overweging nemen.