De nieuwe Hongaarse regering onder leiding van premier Péter Magyar heeft officieel de noodtoestand opgeheven die sinds 2020 in het land van kracht was. Volgens Magyar betekent dit een terugkeer naar het "normale leven" en het einde van een vierjarige periode van bijzondere wettelijke regimes die door de vorige premier Viktor Orbán waren ingevoerd.
De oorsprong en verlenging van de noodtoestand
De noodtoestand in Hongarije werd oorspronkelijk in 2020 uitgeroepen vanwege de COVID-19-pandemie; de regering kreeg hiermee uitgebreide bevoegdheden, waaronder de mogelijkheid om het land per decreet te besturen buiten het parlement om. In 2022, na het begin van de grootschalige Russische invasie in Oekraïne, werd de noodtoestand verlengd onder het voorwendsel van veiligheidsrisico's en de humanitaire situatie aan de grens.
De afgelopen jaren heeft het parlement, waarin de Fidesz-partij de meerderheid had, de noodtoestand herhaaldelijk verlengd, waardoor de regering-Orbán feitelijk een volledige cyclus van vier jaar buiten het reguliere wetgevingsproces om kon regeren. Critici, onder wie leden van het Europees Parlement, noemden een dergelijk regime "volstrekt onverenigbaar met Europese waarden".
Einde aan de "regering per decreet"
Op 14 mei 2026 kondigde de nieuwe premier Péter Magyar aan dat de noodtoestand in oorlogstijd in Hongarije per direct eindigt, en daarmee ook het zes jaar durende systeem van "decreet-georiënteerd" bestuur. Het parlement heeft de belangrijkste decreten die onder de noodtoestand waren uitgevaardigd inmiddels in de wetgeving verankerd, waardoor het bijzondere wettelijke regime formeel is beëindigd, hoewel een deel van de regelgeving in de vorm van gewone wetten behouden blijft.
De opheffing van de noodtoestand wordt gezien als een van de cruciale stappen van de nieuwe regering om de Hongaarse politiek weer in lijn te brengen met Europese normen en democratische standaarden. Daarbij benadrukt Magyar dat het land bereid is om snel op nieuwe dreigingen te reageren, maar dan wel binnen de bestaande democratische procedures en niet via uitgebreide autonome bevoegdheden voor de regering.
Een scherpe koerswijziging ten aanzie van Rusland
Gelijktijdig met het beëindigen van de noodtoestand heeft het Hongaarse ministerie van Buitenlandse Zaken de Russische ambassadeur ontboden naar aanleiding van een massale drone-aanval op de Oekraïense regio Transkarpatië, waar een aanzienlijk aantal etnische Hongaren woont. Premier Magyar verklaarde dat de Hongaarse regering "de Russische aanval op Transkarpatië scherp veroordeelt" en eist van Moskou opheldering over wanneer er een einde komt aan de oorlog die ruim vier jaar geleden begon.
Analisten beschouwen deze stap als een duidelijke koerswijziging ten opzichte van de eerdere lijn van Orbán, die lange tijd nauwe banden met Moskou onderhield en regelmatig strengere anti-Russische EU-initiatieven blokkeerde. De Oekraïense president Volodymyr Zelensky noemde de reactie uit Boedapest een "belangrijke boodschap" en benadrukte dat de aanval opnieuw aantoont dat Rusland niet alleen een bedreiging vormt voor Kyiv, maar ook voor de buurlanden en heel Europa.




