Op vrijdag 7 augustus 2026 zorgde de Amerikaanse arbeidsmarkt voor een onverwachte verrassing. Werkgevers schrapten 23 duizend banen in juli, terwijl analisten een groei van 83 duizend hadden verwacht.
Desondanks daalde de werkloosheid tot 4,1 procent. Dit kwam voornamelijk door een afname van de beroepsbevolking, die terugviel naar 61,4 procent, het laagste niveau in meer dan vijf jaar.
Eerdere werkgelegenheidscijfers werden eveneens neerwaarts herzien: over twee maanden werden in totaal 103 duizend banen minder geteld. De gezondheidssector voegde 22 duizend posities toe, de bouw evenveel, maar de vrijetijds- en horecasector leden aanzienlijke verliezen.
De reactie van de markten was positief. Beleggers zagen in het zwakke rapport een signaal dat de Federal Reserve de rentetarieven in september waarschijnlijk niet zal verhogen en de bandbreedte van 3,50-3,75 procent ongewijzigd zal laten.
De S&P 500-index sloot uiteindelijk op een recordhoogte van 7757,64 punten, een stijging van 0,62 procent. De Nasdaq Composite steeg met 1,3 procent tot 26.690,62, en de Dow Jones Industrial Average klom met 151,83 punten naar 54.036,93.
Over de week gemeten won de S&P 500 3,6 procent, het beste resultaat sinds april. De Nasdaq liet een stijging van 5,2 procent zien, mede dankzij het herstel van halfgeleideraandelen.
Het gemiddelde uurloon steeg met 3,2 procent op jaarbasis, een trager tempo dan in voorgaande maanden. De volgende belangrijke indicator voor de markten zijn de inflatiecijfers voor juli, die volgende week worden gepubliceerd.
De regering van president Trump noemde de daling van de werkgelegenheid een tijdelijk verschijnsel, gerelateerd aan seizoensfactoren en het einde van het Wereldkampioenschap. Ambtenaren benadrukten de aanhoudende groei in de private sector en investeringen in de bouw van fabrieken.
