Voorafgaand aan de rugbywedstrijd tussen de nationale teams van Zuid-Afrika en Nieuw-Zeeland in Kaapstad vlogen twee passagiersvliegtuigen van luchtvaartmaatschappij Airlink over het DHL-stadion op slechts 12–14 meter boven het dak.
De video van de overvlucht verspreidde zich snel op sociale media en leidde tot levendige discussies. Toeschouwers op de tribunes, ongeveer 55–56 duizend, zagen hoe Embraer E190 en E195 met de kenmerkende kleuren van de teams over de arena scheerden, begeleid door pyrotechniek.
Gegevens van Flightradar24 toonden aan dat de minimale hoogte boven het dak ongeveer 12,5–14 meter bedroeg. De vliegtuigen vlogen met een snelheid van ongeveer 120–150 knopen, en een ervan vloog door een rookwolk van vuurwerk.
Airlink, officiële partner van de wedstrijdserie, verklaarde dat de vlucht vooraf was afgestemd met de Zuid-Afrikaanse Burgerluchtvaartautoriteit en navigatiediensten. Aan boord van elk vliegtuig bevonden zich drie senior kapiteins – in de rollen van gezagvoerder, copiloot en veiligheidsofficier. Er waren geen passagiers aan boord.
Dergelijke lage overvluchten zijn een oude traditie in het Zuid-Afrikaanse rugby. Al in de finale van het wereldkampioenschap van 1995 vloog een Boeing 747 van South African Airways over het stadion.
De reacties op sociale media waren verdeeld: sommigen noemden het manoeuvre een adembenemend spektakel, anderen vonden het te riskant. De luchtvaartmaatschappij benadrukte dat alle vluchtparameters waren geoefend en binnen de goedgekeurde limieten lagen.
De wedstrijd eindigde in een overwinning voor de thuisploeg met een score van 33:26. En de vraag hoe dicht passagiersvliegtuigen bij een menigte supporters mogen komen, bleef open voor discussie.
