Zuid-Korea, het land waarvan de economische opmars in de tweede helft van de 20e eeuw het 'wonder aan de Han-rivier' werd genoemd, bereidt zich voor op een nieuwe sprong. Ditmaal is de bestemming sociale rechtvaardigheid in het tijdperk van algoritmen. In Seoel wordt serieus gedebatteerd over het concept van een 'AI-dividend': het idee dat de winsten uit kunstmatige intelligentie niet alleen toebehoren aan corporaties, maar aan iedere burger.
Waarom juist Korea?
Korea bevindt zich in de voorhoede van het technologische front. Hier zijn giganten als Samsung en SK Hynix gevestigd, die het leeuwendeel van de wereldwijde markt voor geheugenchips voor AI-toepassingen in handen hebben. Dit leiderschap heeft echter een keerzijde. Zuid-Korea voert wereldwijd de ranglijst aan wat betreft robotdichtheid (het aantal robots per 10.000 werknemers) en staat tegelijkertijd onderaan als het gaat om het geboortecijfer.
De overheid en de samenleving realiseren zich dat een sociale explosie slechts een kwestie van tijd is wanneer machines mensen vervangen en de volledige winst in de zakken van de 'chaebols' (familieconglomeraten) verdwijnt.
De stem van de straat: wanneer chips meer waard zijn dan mensen
In april 2024 trok een golf van protesten onder Samsung-medewerkers door Korea. Dit waren niet simpelweg eisen voor een loonsverhoging. De vakbonden formuleerden voor het eerst duidelijk de roep om een 'aandeel in de AI-boom'.
De logica van de arbeiders is eenvoudig: corporaties ontvangen miljarden aan staatssubsidies voor de bouw van fabrieken en de ontwikkeling van chips. Dit geld bestaat uit de belastingen van de burgers. De infrastructuur waarop het AI-succes is gebouwd (elektriciteitsnetten, onderwijs, logistiek) is gedurende decennia tot stand gekomen door de inspanningen van het hele land. Dit betekent dat de overwinsten uit AI niet alleen de verdienste zijn van ingenieurs, maar het resultaat van een nationale investering.
Een eerlijke blik: realiteit of populisme?
Ondanks de fraaie verpakking bevindt het 'AI-dividend' zich momenteel in een politiek turbulente fase.
- Politieke verdeeldheid: De belangrijkste pleitbezorger van dit idee is oppositieleider Lee Jae-myung. Hij stelt voor een 'AI-belasting' in te voeren om een onvoorwaardelijk basisinkomen te bekostigen. De huidige regering is vooralsnog terughoudend, uit vrees de concurrentiekracht van Koreaanse bedrijven in de strijd met de VS en China te ondermijnen.
- Economisch risico: Tegenstanders van het idee voeren aan dat het afromen van 15% van de winst (zoals de vakbonden eisen) bedrijven zal beroven van middelen voor R&D (onderzoek en ontwikkeling), wat uiteindelijk zal leiden tot een technologische achterstand.
Conclusie
Zuid-Korea is het eerste land waar de discussie over AI is verschoven van 'hoe het werkt' naar 'aan wie het toebehoort'. Als het experiment slaagt, creëert Korea een model van 'digitaal socialisme' waarin technologie de mensen geen toekomst ontneemt, maar deze juist waarborgt. Indien de partijen er echter niet uitkomen, kan de kloof tussen de AI-elite en de rest van de bevolking onoverbrugbaar worden.


