In Oost-België, in natuurreservaat de Hoge Venen, woedt sinds vrijdag de grootste bosbrand in de geschiedenis van het land. Het vuur heeft al 3000 hectare in beslag genomen en volgens lokale autoriteiten rukt het front op richting de Duitse grens.
Brandweerlieden uit België, Duitsland en Luxemburg, evenals militaaren en boeren, proberen de vlammenzee te bedwingen. Nederlandse helikopters zijn ter plaatse gekomen om te helpen. De Europese Unie heeft, na een verzoek van België, drie helikopters en twee blusvliegtuigen gestuurd.
Bewoners van geëvacueerde dorpen kunnen vooralsnog niet terugkeren: de verdedigingslinie houdt stand, maar de situatie blijft gespannen. In de Duitse stad Monschau is bewoners in de grensstreek aangeraden hun huizen te verlaten vanwege de intense rookontwikkeling, hoewel een directe verspreiding van het vuur naar Duitsland niet wordt verwacht.
Deze brand overtreft de omvang van de vorige grote brand in 2011, waarbij ongeveer 1400 hectare werd verwoest, meer dan twee keer. “We hadden ons nooit kunnen voorstellen dat België met een brand van deze omvang te maken zou krijgen. Nu moeten we de feiten onder ogen zien,” merkte brandweerkapitein Karim Bouarfa op.
Overal in Europa heeft een reeks hittegolven geleid tot ernstige droogte en verdroogde vegetatie, wat de snelle verspreiding van het vuur in de hand werkt. Wetenschappers verbinden dergelijke omstandigheden met door de mens veroorzaakte klimaatverandering.
Bouarfa voegde eraan toe dat dergelijke branden waarschijnlijk vaker zullen voorkomen en dat landen zich beter moeten voorbereiden. Hoe zal dit de toekomst van de regio beïnvloeden?
Tegelijkertijd worden ook in andere delen van Europa grote branden bestreden: op het Griekse eiland Salamina zijn twee mensen omgekomen, terwijl in het Spaanse Aragón het vuur al 16.600 hectare heeft verwoest.

