In het museum voor hedendaagse kunst MACA in Alicante is de tentoonstelling Del color en el arte (Coloramas) geopend, gewijd aan de geschiedenis van kleur in de kunst — van de eerste experimenten van de abstracten tot de hedendaagse studies naar waarneming. Door werken uit de periode 1949 tot 2025 samen te brengen, nodigen de curatoren ons uit om kleur niet te zien als louter een schilderkunstig element, maar als een autonome artistieke taal die onze beleving van ruimte, vorm en de realiteit zelf kan veranderen.
Wanneer kleur niet op het canvas, maar in ons bewustzijn ontstaat
We zijn eraan gewend te denken dat de lucht blauw is, het gras groen en een appel rood. De moderne neurowetenschap schept echter een veel complexer beeld.
Fysisch gezien bestaat er enkel licht — elektromagnetische golven van verschillende lengtes die reflecteren op de oppervlakken van objecten. Het netvlies van het oog vangt deze signalen op, maar de gewaarwording van een tint ontstaat pas na een ingewikkelde verwerking door het visuele systeem van de hersenen. Wetenschappers die de mechanismen van het zicht bestuderen, hebben allang aangetoond dat het brein voortdurend de verlichting, naburige tonen, contrasten en opgebouwde ervaringen vergelijkt om te vormen wat wij als kleur waarnemen. Dit is precies de reden waarom dezelfde tint er volkomen anders uit kan zien, afhankelijk van de omgeving. Dit fenomeen staat bekend als kleurconstantie (color constancy) en wordt beschouwd als een van de fundamentele mechanismen van het menselijk zicht.
Dat leidt tot iets wonderbaarlijks. De kleur rood zit niet opgesloten in de appel. Het ontstaat elke keer opnieuw in onze eigen waarneming.
Juist daarom is kleur in staat om ons gevoel voor ruimte, diepte, temperatuur, schaal en zelfs onze emotionele toestand te beïnvloeden. We zien het als een objectief kenmerk van de wereld, terwijl we het in werkelijkheid telkens opnieuw zelf creëren.
Het is dan ook geen toeval dat dit thema momenteel tegelijkertijd de aandacht trekt van neurobiologen, waarnemingspsychologen en hedendaagse kunstenaars.
Waarom kleur opnieuw centraal staat in de hedendaagse kunst
De laatste jaren richt de kunst zich steeds vaker niet op de afbeelding van de wereld, maar op het onderzoek naar het waarnemingsproces zelf. Kunstenaars zijn niet alleen geïnteresseerd in wat een mens ziet, maar vooral in hoe hij dat ziet.
Kleur bleek de ideale taal voor een dergelijk onderzoek.
In tegenstelling tot vorm, die kan worden gemeten, of een onderwerp, dat in woorden kan worden naverteld, bestaat kleur alleen op het moment van interactie tussen het werk en de toeschouwer. Het heeft geen zelfstandige betekenis buiten de menselijke waarneming om.
Daarom voelt de tentoonstelling Del color en el arte (Coloramas) bijzonder actueel aan.
De expositie, tot stand gekomen in samenwerking met Fundación Juan March, brengt werken van 27 kunstenaars uit de periode 1949-2025 samen uit de collecties van zowel MACA als de stichting. Het doel is echter niet om simpelweg de ontwikkeling van kunststromingen te volgen. Curatoren María Zozaya en Rosa Castells stellen voor om de kunstgeschiedenis te bekijken als een geschiedenis van de geleidelijke bevrijding van kleur — van een secundair compositie-element tot een onafhankelijke artistieke taal.
Het is bijzonder symbolisch dat dit project juist in Alicante plaatsvindt. Het mediterrane licht is hier altijd een onderdeel geweest van de culturele identiteit van de regio, waardoor een gesprek over kleur onmogelijk los kan worden gezien van de ruimte waarin het museum zich bevindt.
Een tentoonstelling die kleur verklaart via kunst, wetenschap en ervaring
De route door de expositie is opgezet als een reis door de geschiedenis van de kleur.
Bij de ingang worden bezoekers verwelkomd door een soort curiositeitenkabinet, waar mineralen, natuurlijke pigmenten, plantaardige kleurstoffen, oude verfrecepten en de eerste industriële tubes zijn verzameld. Kleur wordt hier onverwachts niet gepresenteerd als een artistiek effect, maar als het resultaat van ontwikkelingen in de chemie, handel, technologie en zelfs politieke geschiedenis.
Daarna volgt de multimediale ruimte Coloramas, waar bezoekers via licht, projecties en geluid de weg afleggen van de fysica van elektromagnetische golven naar de opkomst van de abstracte kunst, die kleur voor het eerst toestond om autonoom te bestaan. Veel bezoekers merken op hoe de grote kleurvlakken in deze zaal plotseling lijken te 'ademen' en hun besef van ruimtelijke diepte veranderen.
Bijzonder interessant is de educatieve zone Umbral cromático, waar iedereen zelf kan experimenteren met additieve en subtractieve kleurmenging. Eenvoudige proeven laten duidelijk zien hoe sterk onze waarneming afhangt van de context. Dezelfde tint begint er plotseling kouder of warmer, lichter of donkerder uit te zien, enkel omdat de omgeving is veranderd.
De tentoonstelling vertelt niet alleen over kleur, maar laat je de bijzonderheden van de waarneming ervan ook echt beleven.
Kunstenaars werken niet met verf, maar met onze waarneming
Juist hier wordt een van de meest boeiende ideeën van de hedendaagse kunst duidelijk. Eeuwenlang beschouwden kunstenaars kleur als een middel om de wereld af te beelden. Vandaag de dag gebeurt steeds vaker het omgekeerde.
Kleur wordt een manier om de mens zelf te onderzoeken.
De moderne kunstenaar werkt niet langer alleen met pigment of doek. Hij creëert omstandigheden waarin de hersenen van de toeschouwer de ruimte op een bepaalde manier gaan waarnemen. Door de verzadiging van tinten, hun interactie, de lichtintensiteit of de aard van de verlichting te veranderen, kan de kunstenaar de emotionele staat van een mens beïnvloeden nog voordat deze de kans krijgt om het geziene te verwerken. Kleur begint direct in te werken — via de mechanismen van de waarneming.
Dit leidt tot een paradoxale, maar zeer treffende gedachte.
De kunstenaar creëert niet zozeer een kleur, maar de voorwaarden waaronder de kijker die kleur in zijn eigen bewustzijn tot leven wekt.
Dat is precies de reden waarom hetzelfde werk nooit door twee verschillende mensen op identieke wijze wordt ervaren.
Kleur als de taal van de toekomst
In de afgelopen jaren is kunst steeds vaker interdisciplinair geworden. Het verbindt fysica, neurowetenschap, psychologie, architectuur en digitale technologieën, waardoor we op een nieuwe manier naar vertrouwde zaken kijken.
De tentoonstelling Del color en el arte (Coloramas) laat zien dat de dialoog over kleur de grenzen van de schilderkunstgeschiedenis allang heeft overschreden. Vandaag de dag is het een gesprek over menselijke waarneming, geheugen en bewustzijn.
Misschien is dat wel de reden waarom kunstenaars telkens weer terugkeren naar kleur. Niet omdat het werken mooier maakt. Maar omdat het de mogelijkheid biedt om het proces van het ontstaan van de realiteit in onze waarneming te onderzoeken. En dat is wellicht de belangrijkste vraag die overblijft na een bezoek aan de tentoonstelling.
Als kleur niet op zichzelf bestaat, maar in ons bewustzijn ontstaat, hoe objectief is de wereld die we dagelijks zien dan eigenlijk?
Op dit punt houdt kunst op met het simpelweg tonen van de realiteit. Het begint uit te leggen hoe wij die realiteit creëren.




