In de rotsachtige kloven van de hooglanden van Zuidwest-China – in Sichuan en Yunnan – groeit een onopvallende bloem: de kandelaber-steenbreek (Saxifraga candelabrum).
Op hoogtes van 2500 tot 3300 meter vormt deze plant kussentjes van gele bloemen, bedekt met minuscule roodachtige haartjes. Lange tijd dacht men dat dit slechts een bescherming was tegen uitdroging of ongewenste insecten.
Een nieuwe studie, gepubliceerd in Nature Communications, heeft echter de ware functie onthuld: de plant lokt, vangt en verteert actief prooien, en jaagt zo onder de extreme omstandigheden van de alpiene woestenij.
Een internationale groep wetenschappers, geleid door Han Sun van het Kunming Instituut voor Plantkunde (Chinese Academie van Wetenschappen), voerde een ware detectiveonderzoek uit.
Tijdens veldexperimenten observeerden ze levende planten die insecten vingen. Vervolgens bestudeerden ze herbariumexemplaren die een periode van maar liefst 128 jaar besloegen, van 1888 tot 2016.
Van de 45 geanalyseerde exemplaren vertoonden 43 sporen van de jacht: kleine bijtende muggen zaten vast in de haartjes. Volgroeide planten hielden gemiddeld 71 insecten tegelijkertijd vast. De plant verspreidt een bloemige geur die insecten aantrekt, terwijl grotere bestuivers – zoals vliegen en bijen – op afstand blijven, alsof ze het gevaar aanvoelen.
Onder de microscoop ontdekten de wetenschappers op de haartjes het enzym fosfatase, dat organische stof afbreekt en aanwezig is bij alle vleesetende planten.
Vervolgens voerden de onderzoekers een doorslaggevend experiment uit: ze voerden de plant fruitvliegjes die waren gemerkt met een zeldzame stikstofisotoop (15N).
Twee weken later werd de stikstof van de fruitvliegjes aangetroffen in de weefsels van de plant, met name in de bloemen. Controleplanten zonder dergelijke haartjes en niet-bloeiende steenbreken vertoonden niets van dit alles. Dit was een onweerlegbaar bewijs.
Deze ontdekking bevestigt op briljante wijze de hypothese van Charles Darwin, die hij in 1875 naar voren bracht in zijn boek "Insectivorous Plants".
Hij vermoedde al dat bepaalde steenbreeksoorten – zoals Saxifraga rotundifolia en S. umbrosa – vleesetend konden zijn, maar zijn eigen experimenten leverden destijds slechts vermoedens op, geen bewijzen. Nu, 150 jaar later, heeft genetische analyse een opmerkelijke overeenkomst aangetoond: de sleutelgenen die verantwoordelijk zijn voor het roofzuchtige gedrag van Saxifraga candelabrum komen overeen met die van reeds bekende vleesetende planten uit geheel andere families. Dit duidt op parallelle evolutie: hetzelfde mechanisme ontwikkelde zich onafhankelijk in verschillende bloemplantlijnen, gedreven door honger en schaarste.
De leefomgeving van de plant verklaart waarom deze zo'n exotische voedingswijze heeft ontwikkeld.
De steenbreek groeit op stikstofarme rotsen van het Qinghai-Tibet plateau en het Hengduan gebergte, waar de bodem nauwelijks minerale voedingsstoffen bevat. Een aanvullende bron van stikstof uit insecten is hier niet slechts een gemak; het is een kwestie van overleving, waardoor de plant sneller kan groeien en meer zaden kan produceren. Tegelijkertijd belemmert de jacht de voortplanting geenszins: grote, nuttige bestuivers worden zelden gevangen, en mochten ze toch in de val lopen, dan passen ze gemakkelijk op deze voor microben reusachtige plant.
Deze ontdekking werpt een geheel nieuw licht op de verspreiding van vleesetendheid onder bloeiende planten.
Tot nu toe werd aangenomen dat er ongeveer 830 soorten echte vleesetende planten op aarde waren, geconcentreerd in 13 tot 14 families (voornamelijk blaasjeskruid en zonnedauw). Nu is duidelijk dat het mechanisme veel ouder en wijdverspreider kan zijn dan voorheen werd gedacht. Veel "gewone" planten in hooggelegen en moerassige gebieden gebruiken mogelijk vergelijkbare, maar minder opvallende jachtstrategieën.
Nieuw onderzoek in bergen en moerassen zou nog tientallen of honderden soorten kunnen onthullen die hun bloeddorstige aard tot nu toe onder een bescheiden uiterlijk verborgen hielden.


