In Chester Zoo is een piepkleine babirusa ter wereld gekomen, genaamd Rana — de eerste jong van deze soort in jaren. De pasgeborene, ongeveer zo groot als een grapefruit, is al een symbool geworden van voorzichtig optimisme voor een soort die alleen op vier Indonesische eilanden voorkomt.
Babirusa's, ook wel 'hertenzwijnen' genoemd, verschillen van gewone varkens: ze krijgen meestal één of twee biggen per worp, geen grote tomen. Dit maakt de populatie bijzonder kwetsbaar bij een plotselinge afname. Rana's moeder, Matana, is zelf elf jaar geleden in de dierentuin geboren en heeft nu nakomelingen in Europese dierentuinen.
In het wild is de situatie zorgwekkend. De soort, die eerder als kwetsbaar werd beschouwd, zal binnenkort worden geherclassificeerd als ernstig bedreigd vanwege de Afrikaanse varkenspest, die ongeveer vijf jaar geleden de eilanden bereikte. Cameravallen registreerden in de jaren 2023–2024 slechts twee ontmoetingen met dieren op alle eilanden.
Dierentuinen spelen een sleutelrol bij het behoud van genetische diversiteit. Rana is het vijfde jong van Matana, en haar geboorte benadrukt het belang van fokprogramma's in gevangenschap, terwijl natuurlijke populaties snel afnemen. Dierentuinmedewerkers hielden moeder en jong op afstand in de gaten met behulp van een videocamera, om de gevoelige dieren niet te storen.
Zulke gebeurtenissen herinneren ons eraan dat zelfs kleine successen in gecontroleerde omstandigheden een steun kunnen zijn voor de soort als geheel. Ze laten zien hoe nauw inspanningen voor behoud en bedreigingen die ver buiten de dierentuinen ontstaan, met elkaar verweven zijn.
De geboorte van Rana is zeldzaam goed nieuws dat de noodzaak benadrukt om fok- en monitoringsprogramma's te ondersteunen, zolang er nog tijd is.

