De centrale banken van de G7-landen staan voor een beslissende week. De toenemende inflatierisico's versterken de druk om de rente te verhogen.
In de komende dagen worden drie belangrijke beslissingen verwacht. De Amerikaanse Federal Reserve begint woensdag, gevolgd door de Bank of England en de Bank of Japan.
De aandacht is gericht op de Fed. Recente gegevens toonden een hoger dan verwachte kerninflatie. Beleggers wedden erop dat voorzitter Kevin Warsh en zijn collega's de beleidsrente zullen verhogen.
Dit kan gebeuren tegen de wensen van president Donald Trump in, die herhaaldelijk om renteverlagingen heeft gevraagd. Warsh werd door Trump gekozen voor het voorzitterschap van de Fed.
De stijging van de olieprijs boven 100 dollar per vat, veroorzaakt door het conflict in Iran en de problemen in de Straat van Hormuz, wakkert de inflatie in de Verenigde Staten aan. De jaarlijkse inflatie blijft op het niveau van 3,4%.
In het Verenigd Koninkrijk zal de Bank of England de rente donderdag waarschijnlijk op 3,75% laten. Drie van de negen leden van het monetair beleidscomité hebben echter in juli al voor een verhoging gestemd, en de recente gegevens over de economische groei kunnen de inflatievrees versterken.
In Tokio zal de Bank of Japan vrijdag naar verwachting de rente met een kwart punt verhogen tot 1,25%. Dat zou het hoogste niveau in meer dan 30 jaar zijn.
De Europese Centrale Bank heeft de rente donderdag al verhoogd, met verwijzing naar de inflatiedruk door het conflict in het Midden-Oosten. Hoe zullen deze beslissingen de wereldmarkten en valuta's in de komende maanden beïnvloeden?
De markten letten ook op interventies van de Verenigde Staten en Japan ter ondersteuning van de yen, terwijl de wereldwijde obligatiemarkten onstabiel blijven.


