Vandaag, op 2 juni 2026, heeft Donald Trump een presidentieel besluit over kunstmatige intelligentie ondertekend. Dit besluit draagt de titel "Promoting Advanced Artificial Intelligence Innovation and Security". Wie verhalen heeft gelezen over een "embryonaal mandaat", waarbij alle gewichten, datasets en trainingslogs verplicht aan de overheid moeten worden overgedragen vóór de release, kan gerust zijn. Dit is een heel ander verhaal. Laten we eerlijk kijken naar wat er nu echt in de tekst staat en welke veranderingen dit teweegbrengt.
Al in mei bereidde het Witte Huis een striktere versie voor. Daarin was sprake van negentig dagen voorafgaande toegang en een veel uitgebreidere screening van de modellen. Op het laatste moment stelde Trump de ondertekening echter uit. Hij gaf onomwonden aan dat hij niets wilde doen wat het Amerikaanse leiderschap zou kunnen afremmen terwijl het land voorloopt op China.
Het decreet van vandaag is een compromis dat tot stand is gekomen na gesprekken met de sector, inclusief partijen die in mei nog fel op de rem trapten. Daardoor is de definitieve versie aanzienlijk milder uitgevallen.
Het allerbelangrijkste onderdeel is Section 3. Hierin wordt expliciet een vrijwillig mechanisme in het leven geroepen voor de meest krachtige systemen, de zogeheten "covered frontier models".
Een ontwikkelaar kan nu op eigen initiatief het volgende doen:
- De overheid verzoeken om vast te stellen of een specifiek model onder de categorie "covered frontier" valt.
- Toegang verlenen tot het model gedurende een periode van maximaal 30 dagen voordat het aan andere vertrouwde partners wordt vrijgegeven.
- Samenwerken bij de selectie van deze partners om kwetsbaarheden in de kritieke infrastructuur sneller te kunnen dichten.
Direct daarna volgt echter een harde voorbehouden bepaling (Section 3(c)):
"Niets in dit hoofdstuk mag worden opgevat als de invoering van verplichte overheidslicenties, voorafgaande goedkeuring of toestemming voor de release van modellen."
Er wordt met geen woord gerept over de verplichte overdracht van volledige gewichten, architectuur, datasets of trainingslogs. De toegang is uitsluitend bedoeld voor het testen van cyberrisico's, zoals het vermogen van een model om zelfstandig kwetsbaarheden te vinden, exploits te schrijven of beveiligingen te omzeilen. Dit gebeurt onder strikte geheimhouding met bescherming van het intellectueel eigendom.
Daarnaast voorziet het decreet in een vrijwillig "AI cybersecurity clearinghouse", een platform waar het Ministerie van Financiën, de NSA en CISA samen met bedrijven sneller patches kunnen identificeren en distribueren. Ook dit vindt plaats op basis van vrijwilligheid.
Waarom is dit eigenlijk noodzakelijk? Modellen worden op cybergebied simpelweg steeds gevaarlijker. Recente demonstraties, zoals die van Mythos van Anthropic, lieten zien dat AI kwetsbaarheden sneller kan opsporen en misbruiken dan mensen ze kunnen dichten. De overheid wil de kans krijgen om de krachtigste systemen vooraf te bekijken, niet om ze te verbieden, maar om te begrijpen waar we mee te maken krijgen.
Het gaat hier niet om "veiligheid in algemene zin" en zeker niet om politieke censuur of het voorkomen van kritiek op de regering door het model. De focus ligt specifiek op cyberdreigingen.
Voor de grote spelers zoals OpenAI, Google, Anthropic, xAI en Meta verandert er weinig schokkends. Zij beschikken al over compliance-teams en goede banden met Washington. Ze kunnen selectief deelnemen wanneer dat hen uitkomt, zonder direct alles uit handen te hoeven geven.
Voor startups en middelgrote bedrijven ligt het wat ingewikkelder. Als je een echt baanbrekend model hebt zonder groot juridisch team en overheidsrelaties, kan een "vrijwillig" mechanisme in de praktijk uitmonden in stille druk: "je begrijpt vast wel dat deelname verstandig is, want je weet maar nooit...". Hoewel er op papier geen sprake is van dwang.
Wat betreft China wordt het decreet gepresenteerd als een instrument om de Amerikaanse voorsprong te behouden. Het doel is niet om de eigen ontwikkeling te vertragen, maar om de infrastructuur te versterken en sneller op dreigingen te reageren. Trumps logica is hier consistent: we kunnen beter zelf naar onze modellen kijken dan de voorsprong aan Peking overlaten.
Toch kleven er reële risico's aan, ook zonder complottheorieën. Vrijwillige mechanismen hebben de neiging om na verloop van tijd quasi-verplicht te worden. Als deelname invloed krijgt op overheidscontracten, subsidies of reputatie, zullen bedrijven zich uiteindelijk massaal "vrijwillig" aanmelden. Bovendien is alle informatie die bij de NSA en CISA terechtkomt uiterst gevoelig; hoewel de beveiliging daar beter is dan bij de gemiddelde startup, blijven lekken theoretisch mogelijk.
In de kern weerspiegelt dit decreet de klassieke Trump-aanpak: hij signaleert een reëel probleem, zoals de cyberrisico's van krachtige AI, maar kiest voor een minimaal invasieve oplossing om het tempo niet te verstoren. Het is een voortzetting van zijn algemene beleid om barrières weg te nemen in plaats van nieuwe op te werpen.
Waar het expliciet niet over gaat, is censuur op de antwoorden van modellen. Het gaat niet om politieke controle over wat een AI "mag zeggen". Het is ook geen geheim plan voor de overheid om modellen te trainen voor het kraken van codes of desinformatie, en de overheid wordt zeker geen co-auteur van elk model.
Het decreet van 2 juni is een poging om een delicaat evenwicht te vinden tussen de overheid de mogelijkheid bieden om riskante cybermodellen iets eerder in te zien, zonder dat dit ontaardt in een bureaucratische nachtmerrie of de koppositie aan China schenkt.
De uitkomst is vrij mild, juist omdat Trump zelf in mei de rem zette op de strengere versie. De sector zal dan ook waarschijnlijk met opluchting reageren.



