Het aanplanten van bomen om landbouwgrond tegen de wind te beschermen, wordt vaak gezien als een eenvoudige manier om de biodiversiteit te stimuleren. Nieuw onderzoek door Japanse wetenschappers toont echter aan dat dergelijke maatregelen in drassige landbouwgebieden kunnen leiden tot onverwachte winnaars en verliezers onder vogelsoorten.
De studie, die is gepubliceerd in het Journal of Environmental Management, werd uitgevoerd door experts van de Universiteit van Hiroshima onder leiding van Masumi Hisano. Zij onderzochten het effect van windsingels (shelterbelts) op vogels nabij het Kahokugata-meer in Centraal-Japan, een essentieel rustpunt op de Oost-Aziatisch-Australaziatische trekroute.
In februari en maart 2021 en in juni 2023 voerden de onderzoekers vogeltellingen uit met behulp van puntobservaties. De resultaten legden een duidelijke ecologische afweging bloot: terwijl de bomenrijen soorten ondersteunden die gedijen in struikgewas en bosranden, verminderden ze de aantallen en diversiteit van vogels in open graslanden en moerassen aanzienlijk.
Vooral de afname van weidevogels was opvallend; hun aanwezigheid nabij de windsingels was ruim 70% lager dan in open gebieden op circa een kilometer afstand. “We stelden vast dat de populatie weidevogels op plekken nabij windsingels ruim 70 procent kleiner was dan op open terreinen,” aldus Hisano.
De onderzoekers vergelijken deze stroken met 'ecologische muren': ze bieden weliswaar een nieuw habitat voor bepaalde soorten, maar beperken de beschikbare ruimte voor vogels die in open velden nestelen en foerageren, terwijl ze ook het risico op predatie kunnen vergroten.
Veel programma's stimuleren de aanplant van bomen en heggen om de biodiversiteit te bevorderen, waarbij ze zich baseren op gegevens uit Europa en Noord-Amerika. In de Aziatische rijstlandschappen, waar drassige akkers fungeren als vervanging voor natuurlijke wetlands, blijkt het effect echter anders te zijn.
Hisano onderstreept het belang van een doordachte plaatsing van bomen: “Biodiversiteitsbeheer op landbouwgrond moet een evenwicht vinden tussen structurele complexiteit en de behoeften van soorten uit open leefgebieden.” Toekomstig onderzoek zal zich richten op de invloed van de breedte, hoogte en samenstelling van deze stroken in verschillende regio's en seizoenen.
Kan eenzelfde natuurbehoudsmaatregel tegelijkertijd de ene soort helpen en de andere schaden?
Het team spreekt de hoop uit dat deze bevindingen zullen helpen bij het ontwikkelen van een gerichter agro-ecologisch beleid, waarin open en boomrijke landschapselementen worden gecombineerd om diverse vogelpopulaties te behouden in een veranderende wereld.




