Voor de luisteraar staat een echte vleugel. De toetsen beginnen te bewegen — maar achter het instrument is niemand.
Iemand zet een virtualrealityhelm op en de ruimte verandert. Naast diegene verschijnt het digitale beeld van pianiste Yuja Wang. Ze speelt zo dichtbij dat je de beweging van haar handen kunt volgen, om de vleugel heen kunt lopen en de uitvoering kunt zien vanuit een gezichtspunt dat onbereikbaar is voor het publiek van een gewone concertzaal.
Dan verdwijnt ook de zaal zelf. De muziek ontvouwt zich in water en vuur, voert mee naar de nachtelijke hemel, dompelt je onder in vulkanische diepten en bevolkt de ruimte met fantastische wezens.
Dit is geen concertopname meer en geen muziekfilm. Het is een poging een nieuwe vorm te scheppen voor de ontmoeting met klank — een ruimte waar de luisteraar binnen kan stappen.
Wanneer de vleugel een portaal wordt
15 september 2026 opent in de Royal Festival Hall van het Londense Southbank Centre de Britse versie van het project Playing With Fire: An Immersive Odyssey with Yuja Wang — ‘Spelen met vuur: een immersieve odyssee met Yuja Wang’.
Het project verenigt klassieke muziek, virtual en mixed reality, ruimtelijk geluid, beeldende kunst en poëzie. Een sessie duurt ongeveer 45 minuten, en bezoekers kunnen vrij rond de vleugel bewegen of op hun plaats blijven en toekijken hoe de fysieke ruimte zich met de digitale verbindt.
Het project is gemaakt door VIVE Arts en Atlas V in samenwerking met Lightroom. De Londense vertoning loopt tot 3 januari 2027 en maakt deel uit van het programma ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van Southbank Centre. De officiële pagina van het evenement
Scenarist, regisseur en creatief directeur is Pierre-Alain Giraud — winnaar van het programma Cannes Immersive. De visuele werelden zijn gemaakt door de IJslandse kunstenares Gabríela Friðriksdóttir, bekend om fantastische beelden waarin het menselijk lichaam, natuurlijke vormen en mythische wezens lijken te behoren tot één veranderlijke werkelijkheid.
Het ruimtelijke geluidsontwerp is van Oscarwinnaar Nicolas Becker en Antoine Martin.
Belangrijk om te verduidelijken: het gaat om de Britse première, niet om de eerste vertoning van het project. Playing With Fire ging open 14 november 2025 in het Musée de la musique — Philharmonie de Paris, en werd daarna op andere internationale locaties gepresenteerd.
De pianiste die niet in de zaal is
In het midden van de ruimte staat een echte Steinway Spirio — een hightech concertvleugel die in staat is om een vooraf opgenomen uitvoering weer te geven, inclusief de subtielste verschillen in kracht, duur en karakter van de toetsaanslagen.
Wanneer de muziek begint, bewegen de toetsen en pedalen alsof er een onzichtbare uitvoerder achter het instrument zit.
Nadat de toeschouwer de VR-headset VIVE Focus Vision opzet, verschijnt er naast de vleugel een ruimtelijk digitaal beeld van Yuja Wang. Voor de creatie ervan werd gebruikgemaakt van volumetrische opnametechnologie: een veelvoud aan camera's legde de pianiste vanuit verschillende punten in de ruimte vast, waardoor ze niet als een platte video, maar als een driedimensionale figuur in de virtuele wereld kon worden gepresenteerd.
De bezoeker kan naar het instrument toelopen, eromheen lopen en het spel van verschillende kanten bekijken. Afhankelijk van de positie van de persoon schakelt het project over van mixed reality, waarbij het digitale beeld wordt gecombineerd met de echte zaal, naar een volledig gecreëerde virtuele ruimte.
Yuja Wang is niet fysiek aanwezig bij elke sessie. En toch blijven haar bewegingen, interpretatie, dynamiek van de aanraking en muzikale timing behouden.
Er ontstaat een ongebruikelijke paradox: de uitvoerende is afwezig — de uitvoering gaat door.
Negen werken — negen werelden
Yuja Wang heeft persoonlijk negen werken van Bach, Chopin, Debussy, Ravel, Liszt, Stravinsky en Prokofjev gekozen voor het project.
Elk daarvan krijgt een eigen visuele ruimte. Jeux d’eau van Ravel voert de luisteraar mee naar een onderwaterwereld. De muziek van Stravinsky ontvouwt zich te midden van vlammen en vulkanische vormen. In andere episodes verschijnen koude landschappen, de nachtelijke hemel en fantastische wezens die niet gehoorzamen aan de gebruikelijke fysica.
De beelden illustreren de muziek niet alleen. Ze worden een visueel antwoord op haar timbre, energie en beweging.
In het weefsel van de reis zijn ook regels van Paul Verlaine opgenomen. Poëtische fragmenten verbinden de afzonderlijke delen, voegen verbale beelden toe aan de muziek, maar veranderen deze niet in één enkel vooraf bepaald verhaal.
Het vuur in de titel van het project is niet alleen een element. Het is een beeld van creatieve energie — een kracht die de vertrouwde vorm vernietigt zodat er iets nieuws uit kan ontstaan.
Is het mogelijk om dichter bij de uitvoering te komen?
In een gewone concertzaal bestaat er een duidelijke grens tussen de muzikant en de toeschouwer. De uitvoerder bevindt zich op het podium, het publiek in de zaal. Zelfs de luisteraar op de eerste rij ziet het spel slechts vanuit één punt.
In de virtuele ruimte kan deze afstand worden veranderd. De bezoeker loopt naar de vleugel toe, observeert de handen van de pianiste van opzij of van boven en bevindt zich bijna binnen de uitvoerende beweging.
Nabijheid alleen garandeert nog geen diepgang. De overvloed aan visuele gebeurtenissen kan afleiden van het geluid en de vrijheid van verbeelding verkleinen die een traditioneel concert laat.
Maar het nieuwe formaat maakt het mogelijk op te merken wat gewoonlijk door de afstand verborgen blijft: de precisie en snelheid van de bewegingen, de spanning in de handen, de houding van het lichaam en het moment waarop de vingers de toetsen raken.
Muziek verschijnt niet alleen als klank, maar ook als een lichamelijke handeling.
Waar houdt de werkelijkheid op
Playing With Fire biedt de toeschouwer de mogelijkheid zich tussen verschillende lagen van aanwezigheid te bewegen.
De echte vleugel blijft in de ruimte staan. De toetsen bewegen werkelijk. De muziek klinkt werkelijk. Maar de pianiste verschijnt alleen in het digitale beeld, en de omringende wereld kan zich elk moment in water, vuur of een fantastisch landschap veranderen.
Het project wist de grens tussen werkelijkheid en illusie niet uit — het maakt haar tot een deel van het werk.
We begrijpen dat we een vooraf opgenomen beeld zien, toch reageert het lichaam op de ruimtelijke nabijheid ervan. Het verstand weet dat de pianiste niet aanwezig is, maar de waarneming stemt voor enige tijd in met haar aanwezigheid.
De vleugel wordt een materiële brug tussen twee werelden. Als men het instrument nadert, wijkt het virtuele landschap terug en onthult opnieuw de echte zaal — maar de digitale Yuja blijft spelen.
De muziek houdt werkelijkheid en verbeelding in één ruimte bijeen.
Welke rol speelt kunstmatige intelligentie hier
De organisatoren vermelden uitdrukkelijk: bij het creëren en opschalen van het visuele materiaal werden instrumenten van kunstmatige intelligentie gebruikt.
Het digitale beeld van Yuja Wang improviseert echter niet en neemt geen zelfstandige artistieke beslissingen. De muzikale interpretatie werd vooraf door de pianiste zelf uitgevoerd en opgenomen. De vleugel geeft haar spel weer, en het ruimtelijke beeld de werkelijke bewegingen die tijdens de opname werden vastgelegd.
De KI werd in dit geval een productie-instrument, maar niet de auteur van de uitvoering.
Dit is een wezenlijke grens. De technologie bewaart, transformeert en ontsluit ruimtelijk het menselijke werk, maar in het centrum van het project blijft een concrete musicus staan met zijn eigen tempo, aanslag en artistieke keuze.
Zal het liveconcert verdwijnen?
De verschijning van een digitale dubbelganger van een grote pianiste roept onvermijdelijk de verontrustende vraag op: zal een dergelijke technologie de levende musicus niet vervangen?
Vooralsnog zijn er geen gronden voor een dergelijke conclusie.
Een liveconcert blijft een unieke ontmoeting. De musicus voelt de zaal, reageert op de akoestiek, de aanwezigheid van het publiek en zijn eigen gesteldheid. Zelfs hetzelfde programma klinkt elke keer net iets anders.
Het immersieve project biedt een andere ervaring: de mogelijkheid om opnieuw binnen te treden in een uitvoering die al heeft plaatsgevonden, dichterbij te komen en haar van binnenuit te bekijken.
Dit is geen vervanging van het liveconcert, maar een nieuwe vorm van muzikaal geheugen.
De opname blijft niet langer een plat spoor van het verleden. Ze krijgt ruimte, omvang en de mogelijkheid om de luisteraar te omringen.
Het concert van de toekomst of een prachtige illusie?
Niet iedereen zal Bach of Debussy willen beleven temidden van digitale wezens. De een heeft de stilte en de concentratie van de concertzaal nodig, de ander een ruimte waarin klank kleur, beweging en verbeelding ontmoet.
Critici wijzen op de dubbelzinnigheid van een dergelijke ervaring. Sommige virtuele werelden versterken de werking van de muziek, andere kunnen de aandacht overbelasten. Het gebruik van VR kan bij sommige bezoekers ook duizeligheid, misselijkheid of sensorische vermoeidheid veroorzaken — hiervoor waarschuwt Southbank Centre vooraf.
De technologie opent nieuwe mogelijkheden, maar stelt kunstenaars tegelijk voor een belangrijke voorwaarde: het visuele beeld moet met de muziek in dialoog treden en haar niet verduisteren.
Daarom ligt het belangrijkste experiment Playing With Fire niet in het tonen van de mogelijkheden van VR.
Het toetst of de technologie niet alleen de mens kan verbazen, maar hem ook tot aandachtiger luisteren kan brengen.
De muziek blijft niet langer voor ons staan
Eeuwenlang was het concert opgebouwd rond een vertrouwde grens: de uitvoerder stond op het podium, de luisteraar in de zaal.
Playing With Fire lost die grens op. De klank beweegt rond de mens, de vleugel behoudt de aanraking van de pianiste, en de muziek ontvouwt zich in water, vuur en maanlicht. Maar we treden niet binnen in een afzonderlijke wereld die voor ons is geschapen. Die wereld ontstaat in de ontmoeting zelf van de muziek en onze waarneming.
En hier verbindt de muziek van Debussy zich met de regels van Paul Verlaine die inspireerden tot Clair de lune:
«Uw ziel is een uitgelezen landschap,
waar betoverende maskers en dansers rondwaren,
spelend op de luit en dansend —
bijna treurig onder hun fantastische kledij».
Misschien maakt de nieuwe vorm van het concert alleen zichtbaar wat altijd al gebeurde. Muziek bestaat niet los van wie haar schept en wie haar hoort. De uitvoerder, het instrument, de klank, de ruimte en de luisteraar worden deelnemers aan één gebeurtenis.
Er is hier geen buitenwereld om binnen te treden.
Er is geen muziek die men slechts van buitenaf kan gadeslaan.
Er is één ruimte van klank, waarin de muziek zichzelf herkent door de mens, en de mens zichzelf door de muziek.



